Vijf romans over taal voor de zomer

Door Marten van der Meulen

Een paar dagen geleden schreef Marc van Oostendorp deze enthousiaste post over een nieuwe Italiaanse roman, waarin taal, taalwetenschap en taalwetenschappers een hoofdrol spelen. Ook ik las recent drie waanzinnige boeken waarin taal een belangrijke rol speelde, en met twee werken erbij die ik wat langer geleden las (je moet tenslotte een top vijf maken) krijg je zo volgens mij een mooie set aanraders voor de zomer. Maak je borst maar nat, want in de komende tekst is de hoeveelheid superlatieven aanzienlijk. Ik kan het niet helpen: het zijn allemaal heerlijke boeken.

Georges Perec – ’t Manco

In maart vertelde ik al op de radio dat ik dit boek aan het lezen was: inmiddels heb ik het uit. Het vergt een enorme concentratie, maar wát een feest. Wie van Battus houdt en diens taalspelletjes zal hier van smullen. Het stikt namelijk van de taalgeintjes. Zo is er in het hele boek geen e te vinden, zijn er ook passages  waarin bovendien geen a voorkomt, en speelt een pangram een belangrijke rol. En dan heb ik het nog niet eens over de kapitale opsomming. Het knappe is echter dat ondanks al deze exercities het verhaal niet in gevaar komt. Sterker nog: het ontbreken van de letter e en de zoektocht daarnaar is een centraal plotelement, en het pangram speelt ook in het verhaal een rol! ’t Manco is een formele tour de force, en daardoor bij vlagen vermoeiend, maar als je je daardoor niet laat afleiden is het ook gewoon een ontzettend spannende pageturner.

Mario Vargas Llosa – The Storyteller

In dit boek van de Peruaanse Nobelprijswinnaar draaien twee verhaalperspectieven door elkaar. Aan de ene kant is er het verhaal van een man die probeert een oude vriend te vinden; aan de andere kant is er een verhaal dat diep in de mythologie van een lokale bevolkingsgroep zit, en dat misschien wel of niet door die verdwenen vriend wordt verteld. Het eerste perspectief gaat o.a. over taalkundig en antropologisch veldwerk, hoe dat gaat, maar ook hoe ingewikkeld dat is. Het Summer Institute of Linguistics is prominent aanwezig in het boek, en dat is precies een organisatie waar allerlei ethische bezwaren omheen hangen. Ze brengen namelijk talen in kaart (hoera), maar met het expliciete doel om sprekers te bekeren tot het christendom (minder hoera). Hoe dan ook, dit deel van het boek is interessant, maar de mythes die in The Storyteller worden verteld zijn ook geweldig. De orale cultuur, met inbedding en herhaling, druipt er vanaf. Een trance-achtige leeservaring. Lees als je dan toch bezig bent trouwens ook Llosa’s Captain Pantoja and the Special Service: hilarisch en fantastisch.

China Miéville – Embassytown

China Miéville is een proponent van een literaire stroming die new weird wordt genoemd, en waar o.a. ook Jeff Vandermeer toe behoort (lees Annihilation, zeer de moeite waard). Ik ben daar gek op: de boeken zijn een kruising tussen postmodernisme, science fiction en fantasy, maar dan zonder de bekende motieven uit vooral die laatste twee genres. Miéville schreef bijvoorbeeld een boek over ondergrondse treinen en twee steden die over elkaar heen liggen. Heel gaaf. Embassytown gaat over een stad waar mensen samenwonen met een buitenaards ras. Hun taal is onmogelijk voor één mens om te spreken, omdat je altijd twee woorden tegelijk moet uitspreken. Bovendien maken ze nieuwe similes door ze uit te laten beelden. Zeg maar dat je alleen kunt zeggen “Hij is zo sterk als een beer” wanneer je een situatie hebt gezien waarin iemand echt iets doet met de kracht die normaal alleen bij een beer past. En dat is pas het begin. Embassytown is interessant, prikkelend, ingewikkeld, maar uiteindelijk opnieuw ook gewoon spannend.

Octavio Paz – The Monkey Grammarian

Dit is opnieuw een boek waarvan ik trots ben dat ik het heb uitgelezen. Het is niet zozeer een narratief, als wel een bespiegeling over stilstand en verandering, onder andere in taal, opgehangen aan een wandeling naar de Indiase stad Galta. Het bevat geweldige zinnen als “No one is alone and nothing is solid:  change is comprised of fixities that are momentary accords.” Het gaat ook over schrijven, lezen en herinneren, en de relatie daartussen. Een van de boeiendste passages voor mij ging over hoe je iets pas kunt begrijpen door het te maken. Ook dit is geen lichte kost. Het nodigt daarom heel erg uit tot lezen tijdens een wandeling. Lees een paar pagina’s, en denk na over wat er staat. Echt een boek om eindeloos naar terug te keren, en om niet in één ruk uit te lezen, maar om stukje bij beetje tot je te nemen.

David Malouf – An Imaginary Life

Dit is een boek dat ik moeilijk kan overprijzen. Het is het enige boek dat ik ooit onmiddellijk twee keer achter elkaar las. Het gaat over Ovidius, die is verbannen uit Rome, en nu tussen de Getae leeft aan de kust van de Zwarte Zee. Het boek gaat uiteindelijk over de relaties tussen taal, landschap en verbeelding. Ovidius begint pas te aarden bij de Getae (en in hun landschap) wanneer hij, door de taal te leren, bepaalde concepten kan verbeelden. Door dit samenspel van concepten is het boek zeer Australisch. Er zijn daar namelijk talen die veel meer verbonden zijn met het daadwerkelijke land in plaats van met de natie, zoals bij ons (lees Nick Evans’ Dying Words er maar op na). Maar ook benoemt Malouf het gebrek aan verbinding die nieuwe Australiërs (i.e. niet oorspronkelijke bewoners) voelen met hun land, een thematiek die hij ook aanhaalt in Remembering Babylon (ook al zo’n goed boek!). Dit klinkt allemaal behoorlijk zwaar, maar uiteindelijk is An Imaginary Life gewoon een boek van een ontstellende schoonheid. Het staat in mijn top 5 indrukwekkendste boeken. En dan gaat het ook nog eens over taal. Lezen dus!

Dit stuk verscheen eerder op De Taalpassie van Milfje.

Dit bericht is geplaatst in column, taalkunde met de tags , . Bookmark de permalink.