Taal op tv is zeg maar een ding.

Een reisprogramma over taal en cultuur als inspiratiebron.

Door Petra Poelmans

Met enige regelmaat kunnen we ons verheugen op aandacht voor taal op de televisie. Vaak is dat in de vorm van een spelletje zoals bij 10 voor Taal en S.P.E.L. Marc van Oostendorp schreef al eerder over hoe jammer het is dat taal veelal tot spelling en regeltjes verwordt in een spelformat. Over taal valt zoveel meer te zeggen en mét taal zoveel meer te doen.

Taal kunnen we gebruiken om onze gedachten te uiten, om met elkaar te communiceren. Dat communiceren gaat heel vaak goed, maar soms ook niet. Dan begrijpen we niet wat de ander zegt, of we zeggen niet wat de ander begrijpt. Elkaar begrijpen kan nog complexer worden wanneer er sprake is van communicatie tussen sprekers van verschillende culturen. Een programma waarin een cultuur bekeken wordt aan de hand van taal, dat zou best leuk én interessant kunnen zijn. Dat moeten Paulien Cornelissen (presentator) en Jelle Brandt Corstius (regie) ook gedacht hebben. Zij maakten voor de VPRO het programma Tokidoki, dat soms in het Japans betekent. Tokidoki (vanaf 16 september te zien op NPO2), is een reisprogramma waarin Paulien Cornelissen Japan bezoekt en waarin elke aflevering opgehangen wordt aan een woord uit het Japans. Hoe het programma er precies uit gaat zien en hoezeer taal werkelijk een centrale plaats krijgt, weten we natuurlijk niet. Maar de aankondiging ‘In Tokidoki kijkt Paulien Cornelisse met haar blik op taal naar het land’ klink in elk geval veelbelovend.

We hopen op beeldmateriaal dat ook in de klas gebruikt kan worden. Praten met leerlingen over voorwaarden waaraan succesvolle (interculturele) communicatie voldoet, over wat interculturele communicatie (ICC) eigenlijk is, wordt zoveel sprekender wanneer het met beeld geïllustreerd kan worden. In de Taalcanon zijn minstens twee vragen aan te duiden die aansluiten bij het onderwerp en dus gebruikt kunnen worden om een en ander te duiden. Het lemma: Kan interculturele communicatie succesvol zijn?, van Jan ten Thije, kan bijvoorbeeld gebruikt worden in de zoektocht naar antwoorden op de eerder genoemde vragen naar een definitie van ICC en de voorwaarden voor succesvolle communicatie.

Wanneer je, met leerlingen, nadenkt over de relatie taal, cultuur en de sprekers van de taal, dan is de brug naar de vraag hoe het nu zit met taalkundige relativiteit, met het idee dat taal het denken beïnvloedt, zo gemaakt. Het taalcanonlemma Kleurt taal je wereldbeeld? van Mark Dingemanse gaat in op die vraag.

Uitdagender dan alleen over taal en cultuur na te denken en te praten, is het wanneer leerlingen gestimuleerd worden om wat met hun bevindingen te doen. Een opdracht zou kunnen zijn om een filmpje te maken waarin bijvoorbeeld Nederland of Vlaanderen beschouwd wordt vanuit een centraal woord. Welke woorden zouden dat dan zijn? Wat zijn typische woorden van het Nederlands die centraal zouden kunnen staan in een programma over Nederland. En welke woorden zouden dat zijn voor een programma over Vlaanderen? Zijn dat dezelfde woorden of niet? En wat zegt dat dan over de Nederlandse en Vlaamse cultuur en over hoe we met elkaar kunnen of zouden moeten communiceren? En hoe zit dat met woorden uit bijvoorbeeld het Limburgs? Het Fries? Het Pools, Arabisch en Turks?

Het maken van een dergelijk filmpje, en zeker ook de voorafgaande zoektocht naar de unieke woorden, zal ervoor zorgen dat leerlingen gaan nadenken over hoe taal en cultuur vervlochten zijn. Ze zullen nadenken over wat de relatie is tussen deze aspecten en de sprekers van de taal. Een voor de hand liggend woord om Nederland te duiden zou bijvoorbeeld gezellig zijn. Maar wat is gezellig/gezelligheid eigenlijk en hoe zit dat in de cultuur? En zijn alle sprekers van het Nederlands gezellig?

En nu maar hopen dat Tokidoki een fijne inspiratiebron zal zijn. Wij zitten 16 september in ieder geval voor de buis gekluisterd, gezellig.