Gedicht: Jacob van Lennep • Gij vergt mij, dat ik zingen zal

• Gister 150 jaar geleden overleed Jacob van Lennep. Het onderstaande gedicht is nooit ter publicatie bedoeld geweest.

Gij vergt mij, dat ik zingen zal,
Dat heb ik nooit geleerd :
Mijn keel is schor en ik wat mal;
Maar als je ’t toch begeert,
Welaan, zoo luistert naar mijn lied;
Maar ’t zingen is mijn ambacht niet,
En zoo je dit niet aan en staat,
Loopt dan waar ’t beter gaat.

Een mensch dat is een aardig dier.
Een vrouw dat is een wijf.
Elk zoekt zijn lief op zijn manier.
Is twee en drie geen vijf?
Een meisje is niet van str.. gemaakt
Elk eet liefst wat hem ’t lekkerst smaakt
En ‘tgeen ik u verzeekeren kan,
Mijn grootvaêr was een man.

Ik wensch de vrienden altemaal
Te leven menig jaar.
Mijn beurs is plat en ik wat kaal
Twee scheeten maakt een paar.
Een vogel is een pluimgediert
Een nachtuil meest in ’t donker zwiert
En, zoo men in de schriften leest,
Een varken is een beest.

Wanneer ik alles wel beschouw,
Een kat heeft maar één staart;
Een raaf is altijd in de rouw
Ook dan wanneer hij paart.
Maar ’t wonderbaarste van dit al
Is ’t geen ik u verhalen zal.
Doch wie is ’t die ’t gelooven zoû?
Mijn moeder was een vrouw.

In ’t bed te kakken is geen kunst,
Een haas die kakt in ’t veld:
Stokslagen krijgen is geen gunst.
Mooi praten schaft geen geld:
Maar dat toch houdt men voor gewis,
Dat ham met boonen lekker is,
En men gelooft in ’t algemeen,
Dat twee is meer dan een.

Het vrolijk zijn is onze wensch:
Een trekmuts is geen broek:
Een boer lijkt heel veel op een mensch:
Str.. is geen peperkoek.
Een scheet dat is geen donderslag,
Al was het ook bij zomerdag;
Maar dat verklaar ik u oprecht,
‘k Zoen liever dan ik vecht.

Juffrouwenwindtjens klinken fijn:
Een pannekoek is plat:
Pompwater laat ik voor de wijn:
Een aap is kaal van gat.
Een olifant dat is geen mug:
Een kemel draagt meer op zijn rug
Dan zeven vlooien kunnen doen,
Een oorvijg is geen zoen.

Wanneer gij snorkers wordt gewaar,
Zoo blaast eens dat het kraakt.
Het oude spreekwoord zegt ons klaar
Dat zingen dorstig maakt.
Ik kan niet zingen zonder drank.
De wijn geeft toon en maat en klank
Maar houdt toch altijd voor een les:
Elk liedtjen kost een flesch.

Jacob van Lennep (1802-1868)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Gedicht: Jacob van Lennep • Gij vergt mij, dat ik zingen zal

  1. Anton schreef:

    Gerrit van de Linde was de man die later onder het pseudoniem De Schoolmeester nog verder ging met zijn kritiek in allesverzengende knittelverzen op de al-te-voor-de-hand-liggendheid die Van Lennep hier ook met verve aanvalt. De Tachtigers hadden hun voorgangers.

Laat een reactie achter