Gedicht: William D. Kuik • Voor Walter

Voor Walter

Eigenlijk houd ik van de winter, Mitty
als het ijs gemeen blauw ziet,
de wind een feestneus maakt.
Dan ben ik Kazan de Wolfshond,
ik snuif de geur op van dunne repen gebakken spek,
half blind strompel ik door de hoge sneeuw naar de hut,
O, joker.
Maar het was dit jaar een kwakkel.
Veel, veel regen, soep in een lauw kommetje.
Dat heeft natuurlijk ontegenzeggelijk ook zijn bekoring.
Met de ijzeren muts, gehoornd, stond ik aan het strand,
treurig rustend op mijn speer,
de gele snor van mijn neef langs de mondhoeken,
nadenkend, noordelijk, zwijgend.
Ik wachtte op de schepen, die niet terugkomen,
oude Sigurd met de losse tanden.

William D. Kuik (1929-2008)
uit: 45 gedichten (1969)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter