Gedicht: Max de Jong • Een nacht

Een nacht

De stegen van de stad zijn leeg en tochtig
de luchten hel van koersende kometen.
De wanden van een gracht begroeid en vochtig:
door schimmelvegetaties aangevreten.

Een zwaan begeeft zich klam en achterdochtig
het donker in en maakt breed uitgemeten
een tocht langs keldermuren, steil en bochtig.
Ik lig er boven in mijn bed te zweten

en weet me bij die ik niet missen kan,
de vrouw, en meet me aan het zwellen van
haar borsten bloot en van haar schoot het gapen.

Inmiddels nadert door de nacht de zwaan,
nu drijft hij naar het huis, nu legt hij aan
onder het raam en blinkt en mag gaan slapen.

Max de Jong (1917-1951)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht, geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter