Gedicht: Karel van den Oever • Het open luik

Het open luik

Het harde, houten luik is dicht;
en daar achter is de dag
met zijn parel-gouden licht;

daarachter de boomen, de bergen, de wereld, de wind,
de menschheid: man, vrouw en het fijne kind;

daarachter de zon,
daarachter de maan,
daarachter de zilveren sterren;

ook Vlaanderen, nevel-blauw,
en God.

Het leven is nabij en verre;
het hart des levens weten wij slaan,

de krachten der dingen hooren wij gaan
achter het harde, houten luik.

Toen hebben wij het luik opengedaan.

Karel van den Oever (1879-1926)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter