En zingkt eens op de wijs: Arend Pieter Gijsen

Door Martine de Bruin

Er stond toch echt met grote letters boven dat de tekst uit een liedboek kwam en ten overvloede volgde de opgave van de melodie. Maar toch drong niet tot me door wat dat betekende tijdens het bestuderen van ‘tekst 2.1’ in de syllabus Literatuur en Maatschappij in het eerstejaars werkcollege Renaissance aan de Universiteit Utrecht (1988): Bredero maakte ‘Arend Pieter Gijsen’ om te zingen. En dat zingen kan nu nog steeds.

Mijn aantekeningen bij ‘Arend Pieter Gijsen’ in een exemplaar van de syllabus Literatuur en Maatschappij uit het eerstejaars werkcollege Renaissance (RU Utrecht, Instituut De Vooys, niet gedateerd: gebruikt in collegejaar 1988-1989)

Dat kwartje viel pas jaren later, toen ik toevallig de opname van Camerata Trajectina hoorde. Daar werd ‘Arend Pieter Gijsen’ nog een stuk leuker en vooral ook levendiger van. Het boerenfeest, de zwierigheid van de kleding, het mini-liefdestafereeltje, de knokpartij en het ‘Waterlandse’ dialect komen voor mij pas echt tot leven bij het beluisteren, veel meer dan bij alleen (stil) lezen. De tekst past ook perfect op de melodie: het is natuurlijk geen toeval dat bij de zin ‘Maer Kloens die stack’ het woordje ‘stack’ op een plek in de muzikale regel staat waar een zanger nadruk op die fatale messteek kan leggen.

De melodie die Bredero koos, ‘’t Waren twee Gebroeders stout’, kennen we al uit de 16e eeuw; in de Nederlandse Liederenbank staan 38 verschillende liedjes op deze deun. ‘Arend Pieter Gijsen’ zorgde voor verse populariteit. Vondel schreef er zijn ‘Niew Lietgen van Reyntgen de Vos’ op en tot in de 18e eeuw vinden we nieuwe teksten.

Meerdere auteurs lieten zich ook door Bredero’s verhaaltje inspireren: het gaat vaak over boeren en dronkenschap – en dat loopt zelden goed af. Sommige liedjes zijn in een vergelijkbaar dialect geschreven. Zo staat er in het liedboekje Stootkant of nieuwe-jaars-gift, aan de Amstelsche jonkheidt uit 1655 een over Krielis, die met Jaap, Piet, Gijs en ‘ongze Mieles’ eens op die wijs ‘zingkt’ over boeren, drank, vrijage. Afijn, het eindigt ook daar in een vechtpartij. Er zitten heel wat grappige liedjes bij, waarin Bredero’s tekst vaak nog een beetje doorschemert. Zodat ik het aan hem te danken heb dat ik nu al een half uur liedjes op die melodie zing (sorry, buren).

Verantwoording

Dit stuk verscheen eerder op Bredero 2018.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op En zingkt eens op de wijs: Arend Pieter Gijsen

  1. Gerard van der Leeuw schreef:

    Ja, het heeft lang geduurd voor het tot de neerlandici doordrong dat veel van de poëzie van Vondel, Hooft, Huygens, Bredero e tutti quanti gezongen dient te worden. Niet voor niets staat er altijd een wijs-aanduiding boven. Gelukkig hebben mensen als Louis Peter Grijp en Natascha Veldhorst (zie de nieuwe editie van de gedichten van Hooft) daar hopelijk definitief verandering in gebracht.
    Het geldt trouwens voor nog zoveel meer poêzie, zoals b.v. die uit het Grutthuse handschrift. Poëzie en muziek liggen sowieso dicht bij elkaar. We zijn ontwend poëzie HARDOP te lezen, maar dat was eeuwenlang (liefst staand) de norm. Maar het kan inderdaad geen kwaad iedereen daar nog eens op te wijzen. Kun je nog zingen, zing dan mee!

Laat een reactie achter