Gedicht: Lieke Marsman – Vasthoudendheid

Vasthoudendheid

Er bestaan vele redenen waardoor je niet stil
kunt blijven liggen, ’s nachts. Als je steeds
moet hoesten, bijvoorbeeld, zal je lichaam
op en neer schokken alsof je op een rijkoets ligt en
als je erg ziek bent, een lijkwagen. Of het is zo
dat je niet weet waar je moet kijken, omdat alles
voor je ogen rood is. Je ogen zijn zo rood, omdat
iemand heeft gezegd dat je ogen zo blauw zijn en
dat heeft je geraakt. Het fijne aan geraakt worden
is dat het niet lang hoeft te duren om lang
te blijven duren en het vreemde aan geraakt zijn
is dat het nagalmt en nastampt en toch ben je
er stil van. Het mooie aan het woord stil is dat het
iets zegt over geluid en beweging en het bijzondere
aan geluid is dat het bestaat uit beweging. Het fijne
aan beweging is dat het zo ingetogen is, je kunt
heel zacht je huid laten voelen dat iemand anders
je huid voelt. Tegelijkertijd is het fijne aan beweging
juist dat het uitbundig is, je kunt heel hardnekkig
een dansend monster in je voeten hebben zitten, dat
je hakken de hele avond de grond in wil stampen.
Maar het vreemde aan een hele avond is dat je soms
niet weet welke vorm van beweging je het liefst
lang laat duren. Gelukkig is het goede aan iets lang
laten duren dat alles op den duur weer terug stil valt.
En wat ik het allermooiste aan het woord stil vind,
is dat je er in het Engels een l aan kunt plakken,
waardoor we elkaar kunnen vragen, waarom we
nog steeds niet gaan slapen.

Lieke Marsman (1990)
uit: Wat ik mezelf graag voorhoud (2010)

———————————–

Dit bericht is geplaatst in gedicht, geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

3 reacties op Gedicht: Lieke Marsman – Vasthoudendheid

  1. johanna schreef:

    Na het lezen heb ik twee vragen:

    1. Vorm:
    Wat maakt deze tekst tot een gedicht, afgezien van de gehanteerde marges aan de zijkanten?

    2. Inhoud:
    Waarom is de inhoud interessant, vernieuwend, enzovoorts.? Zijn er diverse lagen waarop je de tekst kunt begrijpen? Zijn er verwijzingen naar andere teksten?

    • Peter Altena schreef:

      Geen kwaad woord over het stellen van vragen, maar meer dan eens gaan in vragen opvattingen schuil. Dat geldt ook voor bovenstaande vragen, maar ook voor de verdeling van de vragen in ‘vorm’ en ‘inhoud’. Bij sommige van bovenstaande vragen – bv over het vernieuwend karakter – neig ik tot de wedervraag: moet dat dan?
      De vorm van dit gedicht lijkt me goed te passen bij de inhoud: iemand maalt in slapeloosheid en ketent de ene vaststelling/waardering aan de andere en juist door die ogenschijnlijke vormloosheid van het gedicht krijgt het dreunende van de opsomming extra accent. En misschien ook wel het irritante van slapeloosheid: de schaapjes die je telt om in slaap te vallen, zijn hier de met elkaar verbonden beweringen. Heel bijzonder aan de invallen en beweringen is hun open, verbaasde en goedgemutste karakter. Het levert een monoloog op die mag gelden als een zelfportret, waarin de ik in de nacht de dingen groet. Of het gedicht extra lagen heeft, weet ik niet, maar ik vond het intrigerend genoeg om het een paar keer te lezen. Als het dan ook nog even over de vorm mag gaan: de herhaling versterkt het poëtisch en ritmisch karakter van de tekst. Zo beschouwd is het toch wel plezierig om een aantal vragen voorgeschoteld te krijgen: het gedicht van Lieke Marsman heb ik een paar keer herlezen en de vragen hebben me gedwongen na te denken. Om aan te haken bij een discussie elders: dát lijkt me het belang van literatuuronderwijs, dat het lezers of liever-niet-lezers in een situatie brengt waarin ‘iets vreemds’ gelezen en overdacht moet worden. Extra belang van literatuuronderwijs is dat dat lezen en overdenken in een groep gebeurt en dat die overdenking gemeenschappelijk bezit wordt. Anderhalf jaar geleden daalde een leerling de grap af en citeerde in mijn de trap bestijgend gezicht twee regels uit een gedicht van Ester Naomi Perquin dat we klassikaal gelezen hadden.

      • johanna schreef:

        Dank voor het geduldig uitleggen. Dat waardeer ik zeer. Leuk ook om de afsluitende anekdote te lezen; ik zie het voor me.

        Natuurlijk gaat er in elke vraag een opvatting schuil. Zonder opvatting is het onmogelijk voor een vraag om op te borrelen. Sterker nog: Een oprechte vraag is het teken van een tipje twijfel over de eigen opvatting.

Reacties zijn gesloten.