Dan zij het maar zo

Door Marc van Oostendorp

Ik weet niet wat jullie denken, maar ik denk dat deze man gelijk heeft, en ik heb eigenlijk geen idee waarom:

Het klinkt inderdaad een beetje vreemd. Waar ligt dat aan? Als taalkundige ben je dan gewend om het soort simpele huis-thuis-en-keuken-toetsjes te doen waarbij je een eigen setje voorbeelden maakt en dan gaat kijken hoe je taalgevoel erop reageert. Mijn taalgevoel vindt de volgende zinnen allemaal beter:

  • Het zij dan maar zo.
  • Het is dan maar zo.
  • Dan is het maar zo.

Op zich is er natuurlijk iets vreemds met de combinatie van de aanvoegende wijs en “dan maar”, want die duiden allebei op een zekere berusting. Ik vind het in ieder geval moeilijk om een betekenisverschil te vinden tussen “het is dan maar zo” en “het zij zo”. In die zin is “het zij dan maar zo” dubbelop. Alleen aan dubbelopheid is een constructie nog nooit doodgegaan, en ‘het zij dan maar zo’.

Ik vermoed dat het er iets mee te maken dat je dat ‘dan maar’ niet zo gemakkelijk uit elkaar kunt trekken? Nee, want “Dan is het maar zo” is prima, en je kunt makkelijk aantonen dat die “dan” en “maar” bij elkaar horen. Je kunt bijvoorbeeld niet zeggen “het is maar zo”, zonder dat danmaar kan in dit soort zinnen niet in zijn eentje staan.

Ik geloof dat het dus vooral iets te maken heeft met die rare aanvoegende wijs. Het Taalportaal zegt dat deze normaliter “op de eerste of de tweede plaats” in de zin staat en dus een verboven werkwoordvorm is, en geeft de volgende voorbeelden:

  • Het zij zo.
  • (Wel) moge het u bekomen.

Maar er is toch iets vreemds aan de hand. In de eerste plaats is er het feit dat het werkwoord op de eerste plaats in de zin mag staan zonder dat je er een vraag van maakt (“Moge het u bekomen”), maar verder lijkt die eerste plaats me ook eigenlijk nogal beperkt. Je kunt bijvoorbeeld ook lastig zeggen:

  • Morgen zij het zo. (of: Morgen zij het mooi weer) [vreemd]
  • Hopelijk moge het u bekomen.

Ook de ANS zegt voor zover ik kan zien niets over deze curieuze eigenschap van de aanvoegende wijs. De grammatica’s beschouwen de vorm geloof ik als te archaïsch om nog echt serieus te nemen, maar er is dus wel iets vreemds mee aan de hand.