Beter is er licht!

Door Astrid van Alem

Eind mei was ik in Berlijn bij een interessante workshop over niet-canonieke imperatieven. Eén van de praatjes werd gegeven door Erlinde Meertens en Sven Lauer van de Universiteit van Konstanz, over wat zij “melioratieven” noemen: zinnen met een imperatief-achtige betekenis waarin het woordje “beter” (of “besser”, of “better”) voorkomt.

  • Beter ga je naar huis.
  • Du gehst besser nach Hause.
  • You’d better go home.

Meertens en Lauer laten zien dat hoewel deze melioratieven enigszins op imperatieven lijken, ze over het algemeen een beperktere functie hebben dan imperatieven. Ze kunnen bijvoorbeeld niet gebruikt worden als aanbod:

  • Ga zitten.
  • Beter ga je zitten. [ongebruikelijk]

Sterk jij

Hoewel de semantiek van deze uitdrukking zeer interessant is, is het vooral de syntaxis van de Nederlandse melioratieven die mij intrigeert. Melioratieven hebben duidelijk niet de syntaxis van imperatieven. Ten eerste staat het werkwoord in melioratieven altijd op de tweede plaats in de zin, terwijl imperatieven in het Nederlands altijd het werkwoord op de eerste plaats in de zin krijgen. Ten tweede kun je het zwakke subject “je” in melioratieven gebruiken, terwijl je in imperatieven, als er al een subject voorkomt, alleen het sterke “jij” kan gebruiken.

  • Beter ga je naar huis.
  • Ga jij maar naar huis!
  • Ga je maar naar huis! [ongrammaticaal]

Wees

Een derde verschil tussen melioratieven en imperatieven heeft te maken met conjunctie. Imperatieven kunnen niet voorkomen in een conjunctie met “en” waarbij het eerste deel een declaratief is, maar bij melioratieven is dit prima.

  • Ik ga naar het feestje van Marie en kom ook! [ongrammaticaal]
  • Ik ga naar het feestje van Marie en beter kom je ook.

Melioratieven zijn duidelijk geen imperatieven. Maar nu komt het (wat mij betreft) meest raadselachtige kenmerk van melioratieven: het enige unieke imperatieve werkwoord in het Nederlands, “wees”, komt wél voor in melioratieven (dit zijn voorbeelden van Google):

  • Beter wees je stil.
  • Beter wees je als Rembrandt.

Bijbelvertaling

Dit bracht mij op het volgende idee: zou de melioratief een conjunctief zijn? De conjunctief wordt grofweg gebruikt om een wens van de spreker uit te drukken. Het Nederlands kent nog een aantal vaste uitdrukkingen waarin een conjunctief voorkomt (“Leve de koning!”, “koste wat het kost”), maar het is geen productieve vorm meer, dus het betekenisveld van de conjunctief is in principe beschikbaar in het Nederlands.

De conjunctief verwijst net als de imperatief naar een situatie die (nog) niet heeft plaatsgevonden; beiden zijn een irrealis. Als de melioratief inderdaad een conjunctief is, is een zekere overlap in betekenis met de imperatief dus te verwachten. In tegenstelling tot de imperatief, wordt voor de conjunctief geen speciale syntaxis gebruikt. Zoals we eerder gezien hebben, is de melioratief niet onderhevig aan de syntactische restricties die gelden voor imperatieven. Tot slot is de vorm van het werkwoord voor de imperatief en de conjunctief in veel talen hetzelfde. Dit kan dan verklaren waarom het imperatieve werkwoord “wees” ook in melioratieven voorkomt.

Naar aanleiding van mijn voorstel dat de melioratief een conjunctief is, kwam semitoloog Benjamin Suchard met de volgende Bijbelvertaling (Genesis 1:1):

In den beginne schiep God den hemel en de aarde.

De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.

En God zeide: Beter is er licht! En er was licht.