I’m, like, the avant garde of language

Door Marc van Oostendorp

Waar komt een taalverandering vandaan? Wie zijn er verantwoordelijk voor het feit dat mensen een tijdje geleden ik heb zoiets van zeiden? Wat voor mensen kwamen daar het meest mee aanzetten?

Gebruik van ‘to be like’ door mensen in Philadelphia. De verschillende symbolen geven verschillende leeftijdscategorieën aan. De x-as zijn de jaren waarin de sociolinguïsten van Labov interviews hielden. De y-as geeft het percentage aan waarmee ‘quotatieven’ de vorm ‘to be like’ hebben (in plaats van bijvoorbeeld ‘to say’)

Er zijn weinig mensen die zoveel hebben bijgedragen aan onze kennis van taalverandering als William Labov. Negentig jaar oud is hij inmiddels en onlangs publiceerde hij weer een artikel <€> dat precies over deze vraag ging, zij het dan toegespitst op de introductie van to be like (“I was like, ‘How can you do that?’) in de Amerikaanse stad Philadelphia, waar hij al vele decennia woont, werkt en de taal observeert.

To be like is een nog veel succesvollere tegenhanger van ‘zoiets hebben van’. Waar die laatste constructie misschien wel weer op zijn retour is, heeft ‘to be like’ stevig voet aan de voet gezet. Het werd voor het eerst genoteerd in een taalkundig artikel in 1982, en in hetzelfde jaar gebruikte Frank Zappa het in een liedje:

She’s like, Oh my God, bag those toenails.

Het werd dus waarschijnlijk niet lang daarvoor gebruikt en veroverde binnen korte tijd heel Amerika: Labov wijst erop dat er wat dit betreft eigenlijk geen dialectgebieden aan te wijzen zijn.

Avant garde

De gebruikers van de constructie waren allemaal jongeren: de eerste groep die het begon te gebruiken in de vele opnamen die Labov en de zijnen in de loop der jaren maakten waren twintigers en dertigers in de jaren tachtig. Daarna zonk de constructie interessant genoeg naar een veel jongere leeftijdsgroep: die van de tieners. Dat zijn de kringen waar de constructie in ieder geval een paar jaar geleden nog lijkt te hebben verkeerd, zoals blijkt uit de figuur hierboven.

Zoals uit deze grafiek blijkt, noemt Labov de eerste groep gebruikers de ‘Avant Garde’. Uit Labovs onderzoek blijkt dat ze inderdaad een taalkundige avantgarde waren van taalgevoelige mensen die de constructie ergens hadden opgepikt en hem meteen ‘perfect’ gebruikten – dat wil zeggen op de manier waarop mensen dat nu nog steeds doen. Het waren bovendien mensen met een relatief groot sociaal netwerk, waardoor ze de constructie ook snel konden verspreiden en waardoor wellicht ook de kans groter was dat ze nieuwe uitdrukkingen inderdaad snel oppikten. Het was daarbij overigens niet het geval dat deze leden van de ‘avant garde’ elkaar per se kenden. Ze gingen ieder voor zich hun eigen gang.

Jonge volwassenen die een speciale antenne hebben voor taal én die veel andere mensen kennen – dat zijn degenen die bepaalde taalveranderingen kunnen veroorzaken.