Wichelen

Door Michiel de Vaan

wichelen ww. ‘voorspellingen doen uit tekens’

Middelnederlands vyghlen (1414), wijchelen ‘waarzeggen, voorspellen’ (1437). Nieuwnl. wijchelen ‘voorspellen’ (1528), wichelen (1588). Afleidingen onder andere Mnl. en Nnl. wichelare, wijchelaer, wijgheler ‘waarzegger’ en wichelije ‘waarzeggerij’. Zie voor de samenstelling wichelroede de desbetreffende pagina op de Etymologiewiki. Met kk Mnl. wikken ‘waarzeggen, voorspellen’ (1477), wikelen ‘bezweren’ (1285), wikelare ‘wichelaar’ (1285), wikeligghe ‘wichelaarster’ (1285); Nieuwnl. wikken (eind 16e e.).

Verwante vormen met ch: Middelnederduits wichelen ww., wicheler zn.

Verwante vormen met kk: Mnd. wicken ‘waarzeggen’, wicker zn.m., wickersche zn.v.; Middelhoogduits wicken ‘waarzeggen’; MoWFri. wikje ‘voorspellen; dreigen’; Oudengels wiccian ‘hekserij beoefenen’, wicca m. ‘heks’, wicce v. ‘heks’

Verwante vormen met g: Oudfries wīlinge ‘hekserij’ (< *wīgelinga); Oudengels wīglian ‘wichelen, waarzeggen, toveren’, wīgle ‘waarzeggerij’, wīglere ‘tovenaar, waarzegger’, wigol of wīgol ‘voor waarzeggerij, voorspellend’.

De variatie tussen wikk-, wich-/wīch- en wīg- wijst op een wortel van het type *w(e)ik- of *w(e)ig- waarbij -kk- ontstond indien het suffix met n begon, zoals bij de n-stammige zn. (OE wicca, wicce) en zwakke ww. op *-nōn- (Nl. wikken). Ik volg daarom Kroonen (2013: 586), die deze woorden verbindt met PGm. *wīha- ‘heilig; heiligdom’ (waarvan Nl. wijden is afgeleid) uit Indo-Europees *weik-, *wik-. Voor het Germaans kunnen we een ww. *wiknōn- > *wikkōn- ‘waarzeggen’ reconstrueren, een zn. *wik-n- > *wikkan- ‘waarzegger’, en een bn. *w(e)ig-ló- > *wīgla- ‘waarzeggend’, waarvan in het Westgermaans een ww. *wīglōjan- ‘waarzeggen’ is afgeleid. In het Nederlands veroorzaakte het contact met de volgende l de verstemlozing van g tot ch, vgl. regel vs. richel en andere gevallen.

Het valt op dat *weihan in het algemeen de betekenis ‘wijden’ heeft gehouden, terwijl in alle Germaanse talen *wikk- en *wīg- ‘voorspellen, waarzeggen’ betekenen. Dat suggereert dat de betekenisverschuiving van de laatste groep niet (alleen) op het conto van de kerstening geschreven mag worden maar informatie geeft over de inhoud en bedoeling van bepaalde Germaanse religieuze gebruiken (vgl. het verwante Latijnse woord victima ‘offerdier, slachtoffer’).

Dit bericht is geplaatst in taalkunde met de tags , . Bookmark de permalink.