Vleet

vleet zn. ‘visnet; menigte’

 

Vroegmiddelnederlands vlete v. ‘bij één vissersboot behorende partij visnetten’ (1293–1298, Calais). Nieuwnl. vlete (1535), vleet (1630) ‘visnet, verzameling visnetten’, al de vleet ‘de hele boel’ (1612), bij de vleet ‘in overvloed’ (ca. 1720). In dialecten onder andere Westvlaams vlote, Zeeuws vloot, Zaans vleet naast vloot. Dezelfde wisseling tussen ee en oo vinden we in Westvlaams vlote, Antwerps vloot ‘soort rog’, sporadisch vleet, en in vlotemelk ‘afgeroomde melk’, Zeeuws ook vleetemelk.

Bij ‘rog’ en ‘afgeroomde melk’ lijdt het geen twijfel dat de oudere vorm die met oo is (vgl. Hd. Flosse ‘vin’, Oudhoogduits flozza). Daarom mogen we aannemen dat ook Mnl. vlete ‘visnet’ ontstaan is uit Mnl. vlote ‘dobber, drijver van een visnet’ (1252), dat bij uitbreiding het hele visnet is gaan betekenen. Het genoemde woord bestaat nog steeds als Nnl. vloot en is afgeleid van het werkwoord vlieten ‘stromen’, PGm. *fleutan.

 

De ontwikkeling van vlote tot vlete kan niet op analogie berusten omdat er bij het werkwoord vlieten ‘stromen, drijven’ geen westelijke vormen met ee voorkomen. Een fonetische ontwikkeling van vlote tot vlete is waarschijnlijker, en kan vergeleken worden met enkele andere Westnederlandse gevallen van een ontwikkeling van oo via eu naar ee, zoals MNl. vlegel uit vleugel (met vl-, net als vleet), snedel ‘dom’ naast snodel, en velen naast volen en veulen ‘veulen’. Aangezien vlete enkel in het Westnederlands voorkomt is het waarschijnlijk ook door ontronding van eu ontstaan, al is het stadium *vleute helaas nergens aangetroffen. De meeste woorden waarin korte *u tot eu werd hadden een hoge klinker in de volgende lettergreep (cf. de Vaan 2017, hoofdstuk 15), hetgeen voor vlote, vlete een PGm. i-stam *fluti- (als in Oudsaksisch fluti m. ‘vloeistof; het drijven’, Ohd. fluz ‘rivier’) het meest waarschijnlijk maakt.

 

Het elders geopperde verband van vleet met vlet ‘vaartuig met platte bodem’ (*flatja-) is moeilijk te verantwoorden, in vlet ontstaat immers nergens een lange klinker, en bovendien is een betekenisontwikkeling van ‘platte bodem’ naar ‘visnet(ten)’ niet evident.