Gedicht: Gerrit Komrij – Jong & Ultiem geluk

• Onlangs verscheen Alle gedichten van Gerrit Komrij. Daaruit het eerste gedicht (‘Jong’) en het laatste (‘Ultiem geluk’).

Jong

Negen jaar. Een hoofdje zonder mensen.
Twee jongens die wat verder staan.
Sterkere ogen volgen intens een

Kikvors met een opgesperde mond.
En ze zijn groot. Je kan ze niet verwensen.
Ze blazen dan de kikvors rond.

Hun spriet wordt groter dan de bomen.
Uit beide ogen vliegt verbaasde stront.
Wat moet, wat moet hier wel van komen?

Dat zit niet in je kouwe kleren.
Ze vonden je toch maar een slome.
Lopen, jongen, je niet encanailleren.

*

Ultiem geluk

Ik ben mijn hoofd en ledematen kwijt.
‘Het eindstation van niks en niemendal.’
Het is een huurkaros waar ik in rijd
Door een papieren, kurkdroog tranendal.

Toch juicht en lacht en zingt het in mijn kop.
Er woedt een fakkeloptocht in mijn hart.
Een wolk ontploft. De zon komt moordend op.
En nergens zie ik nog een reepje zwart.

Gerrit Komrij (1944-2012)
uit: Alle gedichten (2018)

———————————-

Dit bericht is geplaatst in gedicht met de tags , , , . Bookmark de permalink.