Ouderwets

Door Marc van Oostendorp

Taalgevoel is een mooi bezit. Er zijn veel mensen die denken het te hebben; die schrijven dan af en toe een ingezonden brief naar de krant omdat ze tussen de honderdduizenden gedrukte woorden die de krantenjongen bij hen in de bus doet ineens ‘het meisje die’ hebben zien staan en daarover vanwege hun fijnzinnige taalgevoel in toorn zijn ontstoken.

Er zijn maar weinig mensen die het taalgevoel hebben dat ik bewonder, die uit de enorme taalstroom die ons dagelijks omspoelt, steeds iets nieuws weet op te vissen. Ik heb Ton den Boon hier niet zo lang geleden al een keer bejubeld en ik blijf niet aan de gang, maar hij is dus zo iemand die je, zelfs als je je verbeeldt toch ook wel wat gevoel voor taal te hebben, regelmatig weet te verrassen.

In een nieuw boekje, Dat gaat ‘m niet worden, heeft Den Boon nu een groot aantal stukjes verzameld die hij in de loop der tijd voor Trouw schreef. In een van die stukjes schrijft hij bijvoorbeeld over de veranderende betekenis van ouderwets.Vroeger betekende ouderwets, zegt Den Boon, dat iets hopeloos verouderd was, “uit grootmoeders tijd”. Maar in deze tijd is een iPhone 7 al ‘ouderwets’ op het moment dat de iPhone 8 wordt geïntroduceerd, terwijl je er nog prima mee kunt twitteren en spelletjes spelen. Als mogelijke verklaring noemt Den Boon dat ouderwets steeds meer als een soort leenvertaling wordt gezien van het Engelse oldskool.

Als dat zo was, was het een interessant voorbeeld van een intrigerend verschijnsel: dat je niet zozeer een woord overneemt van een andere taal, maar een manier om de werkelijkheid af te bakenen. Het is alleen niet helemaal duidelijk hoe je zoiets zou kunnen vaststellen. Het lijkt mij in ieder geval niet onwaarschijnlijk dat ook simpelweg de door bedrijven als Apple tot in de puntjes vervolmaakte marketingtechniek om steeds iets uit te brengen dat net een beetje anders is maar het voorgaande toch totaal moet vervangen, tot een betekenisverschuiving kan leiden.

Kenmerkend lijkt me wat dat betreft dat ouderwets in andere domeinen dan ook zijn oude nuance lijkt te behouden. Als ik een ouderwetse keuken heb, is dat er inderdaad eerder een zoals opoe had dan een uit 2016. Eigenlijk is de betekenisverschuiving van ouderwets beperkt tot een klein domein.

Ton den Boon. Dat gaat ‘m niet worden. 101 trends uit de taalcolumns van Trouw. Utrecht: Van Dale. Bestelinformatie bij de uitgever.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column, recensies, taalkunde met de tags , . Bookmark de permalink.

4 Responses to Ouderwets

  1. Marcel Plaatsman schreef:

    Ik heb zelf nog steeds ’n Nokia (want die is nog niet stuk). Daarvan zeggen mensen in m’n gezicht zelden dat ze het “ouderwets” van me vinden, dat zou dan toch niet zo aardig zijn, al kan het mij verder niet echt schelen. Die mensen zeggen in de plaats “oldskool” tegen mij. Ik zou die woorden dus niet als synoniem zien, ook niet in de telefooncontext.

  2. DirkJan schreef:

    Wat een achterhaalde spelling van ‘ouderwets’, dat is natuurlijk tegenwoordig ‘ouwerwets’!:-)

  3. Rik Smits schreef:

    “Als mogelijke verklaring noemt Den Boon dat ouderwets steeds meer als een soort leenvertaling wordt gezien van het Engelse oldskool.” Wat een kletsika, dat is geen verklaring, zelfs geen mogelijke. Het is een gevalletje “kom, ik doe weer eens diepzinnig op basis van niks.” Ten eerste kent het overgrote deel van Nederland het woord “oldskool” helemaal niet. Dat valt dat overgrote deel niet kwalijk te nemen, want zelfs Webster’s en de OED hebben geen idee wat dat is.
    Je ontkracht ook zelf Den Boons redenering, waar je aan het eind van je hagiografietje schrijft: “Eigenlijk is de betekenisverschuiving van ouderwets beperkt tot een klein domein.” Tja, dat is dus het domein van snel veranderende en daardoor snel verouderende productversies. Duh, het is gewoon modieus jargon.

    En dan nog klopt er niets van. Want ook “old school”, dat de genoemde woordenboeken wel kennen, betekent niets in de geest van al-dan-niet hopeloos verouderd of “uit opoes tijd”:

    old school
    NOUN
    Used, usually approvingly, to refer to someone or something that is old-fashioned or traditional:
    he was one of the old school of English gentlemen
    More example sentences
    ADJECTIVE
    1
    Having or adhering to old-fashioned values or ways:
    the restaurant is an old-school brasserie of the Parisian model
    More example sentences
    1.1
    Denoting or relating to a style or genre of popular music, especially rap or hip-hop, regarded as traditional or relatively uninfluenced by newer styles.

    Zo is het ook met “ouderwets”. Dat betekent slechts SOMS verouderd, uit de tijd (een rally met ouderwetse auto’s), maar doorgaans iets in de sfeer van “echt”, “onvervalst” of “zoals het hoort”: Een ouderwetse slemppartij/watjekou/herensociëteit/scheepskapitein etc. Kortom, Den Boon kletst maar wat en jij kletst hem ouderwets kritiekloos na.

    Overigens horen zelfs in zo’n lichtgewicht domeintje als dat van Den Boon en zijn recensent hier geen gemakkelijke sneren naar ijverige ingezonden-brievenschrijvers thuis, die vinden dat professionele taalproducenten als journalisten en krantenredacties voor correct Nederlands zorg dienen te dragen, en ook geen congruentiefout (alinea 2, zelf opzoeken).

    Maar ere wie ere toekomt, één ding staat als een paal boven water: Dat gaat ‘m niet worden.

  4. Veel interessanter m.i. is dat Ton den Boon hier kiest voor een uitgesproken negatieve titel plus het negatieve beeld van de duim omlaag, die ook nog eens naar de prijs wijst. Volgens de marketingtheorie leidt dat tot lagere verkopen.
    Nederlands grootste woordenmens van dit moment verdient een hagiografie, maar dit getuigt niet van ‘commercieel taalgevoel’.

Reacties zijn gesloten.