Gedicht: Katelijne Brouwer – Het imperfectum

Uit De maagden moeten bloeden, de debuutbundel van Katelijne Brouwer

Het imperfectum

Door de regen liep ik met een open jas.
De ganzen herkenden mijn loopje
ook al kregen ze die dag geen brood.

Als ik met mezelf was drijvend
in het water als een anemoon in bad.
Als ik in stilte stond te koken, jam maakte,
fruit waste, sneed en woog, de specerijen koos,
citroenen perste. Als ik zong. De herhaling
van het rondo als een goede preek.
Het komt goed, bevestigd in de laatste maten
tot de cadens en het slotakkoord.

Als ik kijk naar mijn slapende zoon,
zijn puberlucht in zijn kamer ruik,
hoe hij opgekruld als een puppy
ligt te slapen, soms sabbelt hij
in zoete dromen op een vergeten
moederborst, mijn kind nu los van mij
die grote Berner Sennenhond
maakt kleine smakgeluiden. Eens was hij
een onzichtbaar kikkervisje in mij.
De ganzen gakken nog immer in majeur.

Katelijne Brouwer (1966)
uit: De maagden moeten bloeden (2018)

———————————–