blij / vrolijk

Verwarwoordenboek Vervolg (59)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

blij / vrolijk

De woorden overlappen in betekenis, maar er is ook verschil.

blij verheugd, opgewekt; tevreden, voldaan, opgelucht

Dat noem ik nou: iemand blij maken met een dode mus.

vrolijk verheugd, opgewekt; levendig, uitgelaten en gezellig

Uit de kamer ernaast klonk een vrolijk gelach

Beide woorden wijzen op vreugdevolheid. Het verschil zit in ‘innerlijk’ en ‘uiterlijk’. Het woordje blij wijst eerder op een innerlijke gemoedsbeweging. We zeggen immers niet: Ik ben vrolijk u te zien of Ik zal vrolijk zijn als dit voorbij is. En ook spreekt een pastor niet over de vrolijke boodschap van het evangelie. Het woordje vrolijk wijst eerder op iets wat aan de buitenkant waarneembaar is. Anders zouden we wel spreken over een blij behangetje, of een blije boel of iemand die voor een blije noot zorgt.

Nu iets voor de fijnproever. Ach nee, dat bent u al. Nu echte verbale haute cuisine. Welke beelden komen naar boven bij de volgende zinnen? En welk woord zou ook vervangen kunnen worden door blij of vrolijk?

  • De stemming was jolig.
  • De stemming was opgetogen.
  • De stemming was opgewekt.

De woorden jolig en opgetogen zitten dicht bij vrolijk. Het gaat om uiterlijk waarneembare vreugde. Bij een jolige stemming gaat het eerder om uitbundigheid die snel kan ontaarden in chaos, bijvoorbeeld een studentikoze grap in de openbare ruimte.

De stemming was jolig. Het duurde niet lang meer of de tassen vlogen over de banken.

Bij een opgetogen stemming gaat het eerder om vrolijkheid waardoor je een beetje buiten jezelf wordt getrokken, bijvoorbeeld kinderen vlak voor een schoolreisje.

De stemming was opgetogen. Dat er maar één bus klaar stond voor het jaarlijkse ondernemersuitje verhoogde zelfs de stemming.

Het woordje opgewekt is nog het meest neutraal, het past daardoor bij blij én vrolijk.

De stemming was opgewekt. Men was blij dat het einde van de reis in zicht was.

En nu maar hopen dat u niet met andere synoniemen aan komt zetten. Of met de vraag waarom vrolijkstemmend meer voorkomt dan blijstemmend.