Reynaert the Fox and the trouble of learning Dutch

Reactie naar aanleiding van de uitzending van Nieuwsuur over verengelsing aan Nederlandse universiteiten.

Door Mark Visscher

In Nieuwsuur van afgelopen zaterdag werd ik kort geïnterviewd over mijn college waarin ik en andere studenten Van den vos Reynaerde lazen in een Engelse vertaling. Naar aanleiding van dit item is er – voornamelijk binnen de Universiteit Utrecht – enige commotie ontstaan over hoe de universiteit wordt neergezet en over de vraag in hoeverre dit een terecht voorbeeld is van doorgeschoten verengelsing. Ik denk dat het erg nuttig is om de feiten op een rij te zetten om de discussie in de juiste context te voeren.

De voornaamste kritiek op het item was dat ik als student Nederlands werd geïntroduceerd. Dat is inderdaad niet correct. Met veel plezier heb ik een bachelor Nederlands gevolgd aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds september studeer ik echter in de Engelstalige Utrechtse onderzoeksmaster Ancient, Medieval & Renaissance Studies met specialisatie Medieval Literature. Ik bestudeer dus zeker nog Nederlandse literatuur, maar doe dit in een breed kader met ruime aandacht voor andere kunstvormen en een internationale oriëntatie. Studenten die in het Nederlands een volledige onderzoeksmaster Nederlandse literatuur willen volgen, kunnen dat nota bene alleen in Utrecht, bij mijn weten.

Opties

Ook op het beginshot waarin ik in het Engels eerste zinnen van de Reinaert voorlees kwam kritiek. Het Middelnederlands staat parallel afgedrukt. Tijdens het lezen van de Engelse vertaling was er dus zeker mogelijkheid om het origineel te bestuderen.

Naar aanleiding van de opnames is het goed om een aantal nuances die ik daar niet heb gegeven hier graag uit de doeken te doen.

Ten eerste: niemand heeft me gedwongen in het Engels te studeren. Je kunt in Nederland gewoon Nederlands studeren in het Nederlands. Wel heb je als student Nederlands met een interesse in middeleeuwse letterkunde weinig opties wanneer je een onderzoekscarrière ambieert. Je dient een onderzoeksmaster te volgen en deze bij voorkeur ook met lof af te sluiten. Je kunt dan de Utrechtse onderzoeksmaster in het Nederlands kiezen, maar daarbij dien je jezelf door relatief veel moderne literatuur te worstelen. Optie twee en drie zijn Engelstalige masteropleidingen Literary Studies of mijn huidige opleiding, waarbij de eerstgenoemde een flinke nadruk heeft op literatuurtheorie die niet altijd even makkelijk toepasbaar is op de problematiek van de middeleeuwse literatuur. Voor mij was de enige serieuze keuzemogelijkheid binnen Nederland mijn huidige opleiding.

Prioriteit

Ten tweede: praktijken zoals die van de dame in Nieuwsuur die psychologie studeert in Nijmegen vind je bij ons niet. Zelfs de docenten van de afdeling Nederlandse taal en cultuur spreken zeer degelijk Engels. Wel kost het ontzettend veel moeite om – naast een uitdagende studie – ook ineens op wetenschappelijk niveau Engels te moeten spreken en schrijven. Voordat ik toegelaten werd, heb ik dure cursussen taalvaardigheid Engels moeten volgen, op eigen kosten. Het motiveert vervolgens niet om enerzijds alsnog te horen dat ik ‘aan mijn Engels kan werken’, om vervolgens ook nog het verwijt te krijgen dat ‘de studenten mediëvistiek geen Latijn, Frans, Duits of Italiaans meer beheersen’. Ik zou het graag kunnen, maar near-native speaker Engels worden heeft schijnbaar prioriteit. Wil de universiteit de balans terug, dan hebben ze twee mogelijkheden: maak voldoende ruimte vrij om studenten degelijk Engels te leren of geef studenten de ruimte om hun inzichten (deels) in het Nederlands te uiten.

Value

Het voorgaande betrof het Engels als voertaal. In de Nieuwsuur-uitzending heb ik een ander punt proberen te maken. Ik heb me in het betreffende college vooral verbaasd over het feit dat ik gevraagd word om iets te doen dat tegen wetenschappelijke principes ingaat. Mij is geleerd dat ik altijd moet trachten de originele bronnen te raadplegen als onderzoeker in spé. Vertalingen naar moderne talen zijn handig, maar in veel gevallen noodzakelijk kwaad. Het voelde tegennatuurlijk om bij afwezigheid van internationale studenten een originele Middelnederlandse tekst te bestuderen in een vertaling in het Engels. Wanneer we enkel Engels lezen en spreken om te voldoen aan de cursusbeschrijving in de studiegids zijn we zeker doorgeslagen met zijn allen.

Willem die Madocke maakte, en er zich zo over opwond dat de verhalen van Reynaert nog niet in het Nederlands waren opgeschreven, had er vast het zijne van gevonden. Dat men zijn verhaal in andere talen kan waarderen is lovenswaardig. Maar zoals de vertaalwetenschap ons heeft geleerd, betekent vertalen altijd verlies aan inhoudelijke correctheid of leesbaarheid. We missen de humor van de speaking names en de subtiele dubbelzinnigheden die in bijzinnen verstopt kunnen zitten. Wil je de Reynaert begrijpen, dan wil je het origineel lezen. Het was nota bene de Engelsman John Bosworth die in 1836 het volgende zei over het vossengedicht:

If it were the only interesting and valuable work existing in the Old Dutch, it alone would fully repay the trouble of learning that language. This poem gives a true picture of the world, with all its orders, states, conditions, passions, and characters, in an easy and flowing versification, in a rich, powerful, and sonorous language, hitherto, for want of knowing its powers, not so valued as it deserves.