Gedicht: vsb-prijs 1917 – Annie Salomons

Wie zou de VSB-poëzieprijs krijgen als het terug 1918 was? Deze week aandacht voor vijf in 1917 verschenen bundels, toegelicht door een vakkundige jury, met aan het eind een publieksverkiezing van de beste bundel. Vandaag als vierde de bundel Nieuwe verzen van Annie Salomons (1885-1980, de enige vrouw onder de genomineerden), ingeleid door dichter Ingmar Heytze, die ook vijf gedichten uit deze bundel koos.

Salomons

De tijdgeest is een grillig spook. Honderd jaar voordat poëzie een veelvormig randverschijnsel werd, waarvan de felst verdedigde en meest bekroonde uitingen meestal ook het minst gelezen worden, was de dichtkunst… Ja, wat eigenlijk? 1917 was een wereldoorlogjaar, het jaar van de Februari-revolutie en tevens het jaar waarin de Nederlandse Spoorwegen ontstond. In Utrecht werd de eerste vrouwelijke hoogleraar aangesteld. Het was, zoals Jules Deelder dichtte over een andere tijd, ‘een wereld die van kwesties aan mekaar hing’.

De bundel Nieuwe verzen waarmee Annie Salomons (1885-1980) een gooi naar de VSB-prijs van dat jaar had kunnen doen, had wat dat betreft net zo goed tien jaar eerder of later kunnen verschijnen. Ze gaan over de binnenwereld, niet over de tijd waarin ze werden geschreven. Ze hebben naar vorm en inhoud ook vrij weinig te maken met wat later belangrijk werd gevonden aan de poëzie uit die tijd. We hebben het toch over het jaar nadat Nijhoff en Van Ostaijen debuteerden.

Nee, vernieuwend zijn de Nieuwe verzen niet. Ze zijn wel verrassend leesbaar, ook na honderd jaar nog, en dat kunnen we niet zeggen van al haar tijdgenoten.

Salomons is in 1917 al een gearriveerd dichter – ze is al vele jaren lid van de Vereniging van Letterkundigen, heeft in tal van tijdschriften gepubliceerd en diverse bundels op haar naam. Haar lyriek is die van de vrijgevochten vrouwenziel die in de romantische liefde de verlossing vindt. Alle gedichten in Nieuwe verzen gaan zwanger van verlangen, maar zitten tegelijkertijd strak ingesnoerd in hun corset van metrum en rijm. Leg daar haar Herinneringen van een onafhankelijke vrouw, gepubliceerd onder de naam Ada Gerlo, naast. Herlees dan het gedicht ‘Laatste groet’, en besef dat het helemaal niet zo’n gek idee zou zijn als Annie Salomons daadwerkelijk die VSB-prijs 1917 won.

Ingmar Heytze

Laatste groet

Laat ons stil en zonder tranen
Scheiden nu de avond daalt,
Die het purper onzer wanen
Droef tot bleekend grauw vervaalt.
Laat ons scheiden…. nieuwe banen
Liggen versch voor ons bepaald.

Geef mij nu je sterke handen
In een laatsten, vasten druk.
‘k Hield ze lang als de onderpanden
Van een veilig, lief geluk….
Onvree sloeg als glas de handen,
Die wij zorgzaam voegden, stuk.

Laat ons nu als vrienden scheiden,
Nu ons ’t laatste licht verlaat,
’t Zelfde heil verwachtend beide,
Vonden beide pijn voor baat.
’t Leven zal ons verder leiden
Naar zijn eeuwge wet en maat.