De vader van Joop

Altijd hetzelfde gedonder in ons managersfeuilleton De verleden tijd van lijken.

Door Marc van Oostendorp

“Heb je het ooit zou zout gegeten!” riep Rie terwijl ze de kamer van haar collega Joop, binnenstoof. Deze keek verbolgen op van het scherm waarop hun nu al jarenlang zijn ‘open access’ boek over middelnederlandse voegwoorden aan het typen was. “Ik moet zo dadelijk naar een vergadering”, zei hij. “Nu even dit afmaken.”

Rie ging zitten. “Mooi”, zei ze. “Heb je even tijd?” Ze trok haar jasje recht. “Ik ben dus ge-wei-gerd voor het CNV1800”, zei ze. “Het Congres voor Neerlandistiek van Voor 1800. Mijn vakgebied! Ik ben de enige echte specialist! En dan wagen die snotneuzen, die promovendi mij te weigeren. Een te onduidelijk abstract!”

Ze brieste terwijl Joop niesde.“Ik heb alleen een poster. Nou, dan ga ik ook niet”, zei ze. “Altijd hetzelfde gedonder! Ik heb trouwens gehoord dat die promovendi hun proefschriften in het Engels aan het schrijven zijn. Nou, dan weet ik genoeg.”

“Je moet het je niet zo aantrekken”, hoorde ze ineens een krakende mannenstem zeggen. Het was de vader van Joop, zag ze, toen ze zich omdraaide. Natuurlijk, sinds studenten hun ouders mochten meenemen, weigerde ook Joops vader de afdeling te verlaten. Hij had in de werkkamer van zijn zoon een gemoedelijke sofa geïnstalleerd met een grote doos chocolaatjes en een roman van Tom Lanoye.

“U begrijpt er niets van!” riep ze.”Het is duidelijk dat u de bureaucratisering van de universiteit niet hebt meegemaakt. Die begint nu ook de congressen te bereiken! Waarom moet alles toch in regeltjes, waarom kunnen we niet gewoon onderzoek doen.” Ze voelde de tranen prikken. “Het leven voor een academicus is zó moeilijk! Daar heeft de buitenwereld geen weet van!”

De vader van Joop legde zijn boek van Tom Lanoye opzij en nam een chocolaatje.

“Kijk dan!” zei Rie tegen de oude baas, terwijl ze een dikke stapel papier tevoorschijn haalde. “Dit zijn de rapporten over mijn abstract! Dat zelf slechts één pagina telde! Waar zijn die lui mee bezig, denk je dan toch? Hebben ze niks beters te doen dan ieder woord dat ik schrijf van commentaar te voorzien?”

“Rie,” zei de vader van Joop. “Ik ken je nog van toen je nog je scriptie schreef. Wat kan jou zo’n congres schelen?”

“Maar er komen allerlei belangrijke mensen!” riep Rie. “Belangrijk voor ons vakgebied. En ik wil volgend jaar een Klein Programma indienen over de manier waarop neerlandici in de zeventiende eeuw aan het internationaliseren waren. En ik wilde op het congres wat nuttige contacten leggen.” Ze betreurde het op zulke momenten wel dat haar eigen ouders allebei dood waren, anders konden die uitleggen aan de vader van Joop.

De specialist in middelnederlandse voegwoorden zat ondertussen zelf weer gespannen naar zijn scherm te turen waarop hij probeerde een schema probeerde te maken van alle vormen van of in Brugse handschriften door de eeuwen heen. Hij had zijn handen voor zijn oren gedaan zodat hij noch zijn vader noch Marie hoefde te horen. Waardoor hij trouwens ook miste dat zijn vader hem een chocolaatje aanbood.