Gedicht: Jotie T’Hooft – Nog een brief

•• In het pas verschenen Willem Elsschot Dichter wordt het gedicht van gister, ‘Aan Fine’ (gericht aan Elsschots vrouw) geplaatst naast ‘Nog een brief’ van Jotie T’Hooft, vlak voor zijn dood geschreven voor zijn vrouw Ingrid Weverbergh. De twee gedichten vertonen inderdaad in het oog springende overeenkomsten. Het hele artikel over ‘Nog een brief’ en ‘Aan Fine’ uit het bovengenoemde boek is ook online te lezen.

Nog een brief

Lieve vrouw waar ik als meisje muziek op speelde
ik weet dat ik nooit iets echt met u deelde
dan het chagrijn dat toch van alle mensen is.
Ik sterf, dus het kan niet dat ik mij vergis

als ik u zeg dat gij mijn hart op aarde waart.
Ik heb, als zoveel anderen, niet het geringste begrepen
ik was geen prins maar een roofridder met een zwaard
al wist ik nog niet dat het voor u was geslepen.

Schone vrouw, ik heb mijn mond op de uwe gelegd
en, liefste, toch soms de waarheid gezegd
al is het onderscheid mij niet recht klaar.
Ik wil nog spreken, maar mijn hart wordt zwaar

van de kiem die in mij is klaargelegd:
de dood, hij spreekt straks wel recht.
Ik wil u geen vergeving vragen of begrip,
en dan, al lijk ik nu een lange lijn, in uw leven

word ik dra een kleine stip.

Hier moet ik afscheid nemen, ik ben moe.
Ik heb u geslagen – als een beul een dief met een roe
terwijl mij niets ontstolen was of leek.
Ik hou van u. Ik word net als mijn woorden: bleek.

Brussel 1977

Jotie T’Hooft (1956-1977)