Duitse Anglicismendag

Door Marc van Oostendorp

Toen motorfietsen nog motorfietsen waren en taalfouten nog met een krachtig FOEI werden begroet, kwam ik gemiddeld een dag per week naar de burelen van Onze Taal. Wat ik daar precies kwam doen, weet ik niet meer. Veel goeds zal het dus wel niet geweest zijn, maar ik keek altijd gefascineerd naar het werk dat alle mensen daar deden. Zelden zag men een groep harder én met meer plezier werken dan aldaar.

Het gefascineerdst was ik door de helden van de Taaladviesdienst. Eigenlijk had ik daar wel willen werken, aan de telefoon mensen te woord staan (veel vragen kwamen toen nog binnen via de telefoon, ik zei toch al dat het gouden tijden waren). En dan bijvoorbeeld een dag tot germanismedag verklaren en tegen iedereen over elke kwestie zeggen: dat is een germanisme! Groter als? Germanisme! Een aantal mensen die? Germanisme! Hoogbouw? Germanisme! Enzovoort.

Maar daar moet je nu niet meer mee aankomen. De jeugd van tegenwoordig weet niet meer wat een germanisme is! En schrijft tweets als de volgende:

Twee bewijzen in één tweet! M. Theresiasdochter denkt dat ze niet vaak voorkomen (haar bericht was een reactie op de mededeling dat ‘we het niet geschäfft gaan krijgen) én dat ze ook niet weet hoe ze heten.

Oosten én westen

Hoe heten ze dan wel? Duitse anglicismen, natuurlijk, naar het enige soort leenwoord dat we nog overhebben: het Engelse.

(Even tussendoor: de ergernis aan anglicismen slaat met alle macht om zich heen. Probeer het maar uit, en noem in gezelschap een willekeurig verschijnsel waaraan men zich zal ergeren. Er zal altijd binnen de kortste keren iemand opstaan die als verklaring voor dit verschijnsel oppert: invloed uit het Engels.)

Ik schreef begin 2012 al (mannen waren nog wel mannen, maar taalfouten werden slechts nog met een aarzelend foei? begroet) al over het curieuze verschijnsel dat het achtervoegsel –vol (schaamtevol) ooit een ‘germanisme’ werd genoemd, inmiddels bij sommigen een bekend staat als een ‘anglicisme’, zonder dat overigens ooit duidelijk gemaakt wordt waarom het Nederlands niet kan hebben wat onze buren in het oosten én in het westen ook hebben.

Maar inmiddels weten we het: omdat ze in die buurlanden allemaal in anglicismen praten: in het westen in gewone, in het oosten in Duitse. Het wordt tijd voor een Duitse anglicismendag!