’t Dialectenbureau (en ik), afl. 9

door Jan Stroop

Mevrouw Daan was er al vroeg (1957) bij om een bandrecorder aan te schaffen – sommigen zeiden nog bentrecorder –  om er dialecten mee op te nemen. De toenmalige directeur Meertens voelde er niet veel voor: nieuwlichterij. Maar Daan zette door en die recorder kwam er. Behalve voor dialectopnames voor de collectie van ’t bureau gebruikte ze hem ook voor de enquêtes voor de Reeks Nederlandse Dialectatlassen (de RND).  Binnen dat project was Daan de provincie Noord-Holland toebedeeld.

Op zich is ’t natuurlijk buitengewoon nuttig  en waardevol om dialecten  op geluidsband vast te leggen, maar voor onderzoek zijn zulke banden niet  erg handig. Tot op de dag van vandaag is ’t, bij  mijn weten, niet mogelijk om geluidsopnames op trefwoorden te doorzoeken. Die moeten eerst uitgeschreven, gedigitaliseerd en van codes voorzien worden, zoals bij ’t Corpus Gesproken Nederlands. Dat zou ook bij die oude dialectopnames gedaan kunnen worden, maar dat zie ik nog niet gebeuren.

Om onze opnames toch voor wat directer vergelijkend onderzoek bruikbaar te maken, kwamen we op ’t idee om de dialectsprekers, na ’t vrije gesprek, een standaardrijtje woorden te laten uitspreken. Juffrouw Francken en ik hebben ons altijd trouw aan die opdracht gehouden, maar of er ooit iets gedaan is met die voorgelezen woorden, betwijfel ik.

Ik meld graag een aardig wapenfeitje: we zijn er in geslaagd een opname te maken van de ‘suizende r’. Dat is een r, in de regel aan ’t begin van een woord, die gepaard gaat met een  gesuis dat op een z of s lijkt: sr. ’t Is een spraakklank die in de jaren 1940 al op z’n retour was en die in de enquêtes uit de jaren 1980 al niet eens meer voor schijnt te komen. ’t Was een Meierijs en Peellands verschijnsel.

Onze spreker was Piet van Hoorn, molenaar van de Opwettense watermolen bij Nuenen. Van Hoorn was toen 93 jaar. Hij heeft Vincent van Gogh gekend en hij vertelt daar wat over.  Woorden die in de nogal rommelige opname voorkomen mét die legendarische r zijn de molentermen ronsel en rijn. Die klinken uit de mond van Van Hoorn als sronsel en srijn. Te horen op de dialectopname uit 1966, hier (vanaf ca. min. 38.00):  http://www.heemkundekringnuenen.nl/audio/interviewpvh.php

 

Niet voorkomen in de enquêtes wil nog niet zeggen dat ie niet meer bestaat. Ik meen hem namelijk regelmatig gehoord te hebben bij oud-premier Dries van Agt, die uit Geldrop afkomstig, uit ’t suizende gebied van die r dus.

In 1972 kwam ik bij mijn lectuur van Anita Pauwels haar boek over  werkwoordsvolgorde op ’t idee daar eens een vervolg op uit te voeren op basis van onze dialectopnames. Pauwels had haar materiaal verzameld met een schriftelijke enquête. Spontane  spraak zou wel eens heel andere uitkomsten kunnen opleveren was mijn gedachte.

Geluidsopnamen voor zoiets gebruiken was nog niet eerder gedaan. Begrijpelijk, want afluisteren van geluidsbanden is een tijdrovend karwei. Met behulp van een voetschakelaar om de band te starten, te stoppen en weer terug te spoelen, ben ik maanden bezig geweest 162 bandopnamen af te luisteren. De gevallen van de rode en groene volgorde, resp.  heeft gekocht en gekocht heeft, noteerde ik op lijsten.  Ook uitgebreidere werkwoordsgroepen nam ik mee.  ’t Leidde in 1970  tot m’n artikel  ‘Systeem in gesproken werkwoordsgroepen’.

 

’t Rechterkaartje hierboven, dat afkomstig is uit dat artikel, geeft de percentages weer van de volgorde van de tweeledige werkwoordsgroep in de bijzin. ’t Linkerkaartje is een weergave van de originele kaart van Pauwels. Uit mijn onderzoek kwam o.a. naar voren dat in een groot gebied alleen de volgorde gekocht had voorkomt, ook in de Randstad. Dat verschilde bijvoorbeeld al aanzienlijk van de uitkomsten van ’t onderzoek van Anita Pauwels, waarmee ook ’t belang van  onderzoek van spontane spraak was aangetoond.