Het Nederlands heeft al genoeg woorden

Door Lucas Seuren

In het Dagblad van het Noorden zag ik een ingezonden brief met daarin een veelgehoorde klacht: er worden te veel Engelse woorden gebruikt waardoor je als lezer de tekst vaak niet kunt begrijpen. De schrijver maakte zich boos over termen als Get Hooked, Expat, Hoodie, Rip off, Infill Material, en eTwinning. Het Nederlands heeft genoeg woorden, dus waarom zouden we al die Engelse terminologie moeten gebruiken; zeker als er vervolgens een vertaling tussen haakjes achter wordt gezet?

Veelal kunnen we dit soort klachten vrij gemakkelijk afdoen. Het Nederlands stikt immers van de ontleningen, niet alleen uit het Engels, maar ook uit het Frans en Latijn. Zelfs woorden die hartstikke Nederlands klinken, zoals ananas, zijn niks meer dan ontleningen, in dit geval uit een van de Tupi-talen in Zuid-Amerika. Het hele idee dat we een grens kunnen en moeten leggen tussen echt Nederlandse woorden en ontleningen is dus vrij naïef.

En die oorsprongvariatie van ons lexicon is natuurlijk niet een eigenschap die alleen het Nederlands heeft: het is taaleigen. Elke taal verandert onder invloed van contact dat sprekers van die taal hebben met mensen die een andere taal spreken. Een woord is niet Engels, Frans, Nederlands, of Tupi; een woord is een woord en we noemen het een Nederlands woord simpelweg omdat het zijn oorsprong lijkt te vinden in het Nederlands of omdat het zo lang gebruikt wordt door Nederlanders dat we niet beter weten. En als we ontleningen als ananas prima vinden, waarom zouden we dan moeilijk doen over termen als infill material? (Voor de duidelijkheid: infill material gaat over het opvulmateriaal dat gebruikt wordt voor kunstgrasmatten of speelplaatsen.)

Hoodie of hoedje

Woorden als expat en hoodie vinden hun oorsprong duidelijk in het Engels, maar ze zijn inmiddels volledig onderdeel geworden van de Nederlandse taal. We hebben ook helemaal geen “Nederlandse” alternatieven. Natuurlijk kunnen we nieuwe woorden uitvinden. Zo is hoodie afgeleid van het woord hood – de ie is het verkleinsuffix vergelijkbaar met het Nederlandse –(t)je­ – wat weer verbonden is aan het woord hat. We zouden dezelfde afleiding kunnen maken in het Nederlandse en dan krijgen we iets als hoedje. Bij dat woord zal je nu misschien eerder denken aan een kleine hoed, maar als kledingwinkels maar consequent genoeg een hoodie een hoedje gaan noemen, weten we wellicht over twintig jaar niet beter.

Maar er is natuurlijk geen enkele reden om zo moeilijk te doen. Niet in de laatste plaats omdat er helemaal geen garantie is dat we een hoodie ooit serieus een hoedje gaan noemen. Net zoals iedereen praat over sojamelk en niet sojadrink, ondanks dat sojadrink de officiële benaming is. Bovendien is taal hier niet meer dan een hulpmiddel voor communicatie; als er een woord is waarmee we adequaat kunnen aangeven wat we bedoelen, als de hoorder of lezer ons kan begrijpen, dan is er geen reden om een nieuw woord uit te vinden. Daarom gaan we begrippen als eTwinning ook niet vertalen; het is een technische benaming die voor de mensen die dat begrip gebruiken helder is. Zelfs al zouden we het vertalen, dan is uitleg nog steeds nodig, want het gaat niet om een concept waarmee de meeste mensen ooit te maken krijgen.

Dus één reden om niet te vertalen is dat er geen behoefte is aan een Nederlands woord. Een tweede is dat er geen adequate vertaling voorhanden is. Neem de uitdrukking to get hooked. Dit kan gaan over verslaving, in welk geval we dus een Nederlands begrip voorhanden hebben, maar het wordt vaak heel anders gebruikt. Meestal als iemand hooked is aan een bepaald product, dan heeft die persoon geen psychologische of fysieke verslaving, maar is hij of zij bevangen door het product, al dekt dat de betekenis ook niet helemaal.  Het is straattaal, en vaak is er dan gewoon geen vertaling voorhanden die de betekenis adequaat weergeeft. Voor ingewijden is hooked veel duidelijker dan bijvoorbeeld bevangen of verslaafd.

Overtime of overuren

Maar dit alles wil niet zeggen dat ik het volstrekt oneens ben met de inzender van de brief. Want je kunt je natuurlijk wel afvragen waarom kranten Engelse terminologie gebruiken als Nederlandse terminologie voorhanden is. Neem bijvoorbeeld de uitdrukking rip off. In het Nederlands zouden we kunnen zeggen dat een rip off betekent dat je bent afgezet. We hebben geen zelfstandig naamwoord dat als letterlijke vertaling fungeert, maar we kunnen rip off dus wel probleemloos vertalen. Een begrip als rip off vult dus helemaal geen leemte op in ons lexicon, onze woordenschat. Het voldoet niet aan de twee eerder genoemde criteria om niet te vertalen. Hetzelfde geldt voor een begrip als overtime; of het nu gaat om voetbal (extra tijd) of werk (overuren), er zijn Nederlandse vertalingen beschikbaar en een vertaling zal voor de gemiddelde lezer beduidend inzichtelijker zijn dan het Engels.

Hoewel het Nederlands dus niet, zoals de schrijver van de brief claimt, al voldoende woorden heeft om altijd te kunnen vertalen, is er misschien wel de optie om vaker te vertalen waar nodig. Taal, en daarmee woorden, zijn zoals gezegd een hulpmiddel bij communicatie, in dit geval voor de krant om zijn lezers te informeren over het nieuws. Om dit optimaal te doen moet de taal dus afgestemd zijn op de lezers en aangezien die lezers beter bekend zijn met het Nederlands dan het Engels zou het devies moeten zijn vertalen als het kan, en anders kort toelichten wat er bedoeld wordt voor hen die niet ingewijd zijn in het Engels. Wellicht dat de boze schrijver zich dan wat minder snel stoort aan de taal van de krant.

Dit bericht is geplaatst in column met de tags . Bookmark de permalink.

9 Responses to Het Nederlands heeft al genoeg woorden

  1. erik harteveld schreef:

    voor handen = voorhanden. (Engelse ziekte)

  2. DirkJan schreef:

    “In het Nederlands zouden we kunnen zeggen dat een rip off betekent dat je bent afgezet.” In het Nederlands gebruiken we het woord ‘rip off’ doorgaans alleen als zelfstandig naamwoord, een ‘rip off’ en dan betekent het een (slechte) imitatie van iets, meestal in verband met muziek of film. Je kan zeggen dat de Amerikaanse band The Monkees in de jaren zestig een ‘rip off’ waren van The Beatles.

    (En ik heb principieel niets tegen de vergengelsing, maar zelf ga ik Engelse woorden in mijn taal toch zoveel mogelijk uit de weg.)

    • Lucas schreef:

      Goed punt. Al zou je het dan kunnen vertalen als “kopie” of “slap aftreksel”, of imitatie wat je zelf ook suggereert. Als werkwoord hebben we dan nog “na-apen”. De term rip-off in die betekenis lijkt dus ook niet bepaald nodig.

      • DirkJan schreef:

        Toch is een ‘rip off’ een al lang ingeburgerd begrip in met name film- en muziekkringen. En mijn idee is dat dit soort vertaalbare woorden ook bij de verengelsing horen ook al vind je die misschien niet fraai of noodzakelijk, het is all in the game.

  3. Gerard van der Leeuw schreef:

    Het is veel ingewikkelder en soms ook leuker. Waarom noemen we in het Nederlands coleslaw ins hemelsnaam zo? et woord coleslaw is gewoon een verengelsing van het het Nederlandse koolsla. Hetzelfde zie je met ‘skaten’, op zijn engels uitgesproken ‘schaatsen’. Nu heeft iedereen het over rollerskates i.p.v. rolschaatsen.. Ik heb de indruk dat het ook met ‘geleerd’ doen te maken heeft. Wij Nederlandse mannetjes en vrouwtjes zijn maar o zo trots op onze kennis van het Engels…. dat willen we uitdragen…. en trots op onze taal zijn we niet, nooit geweest ook.
    En: ik hoor wel tot de muziekkringen, maar ‘rip off’, ik gebruik het niet…..
    We doen het allemaal zelf: zie de treurig stemmende verengelsing van onze universiteiten….. Maar het is een troost dat het Engels, het Frans, het Russisch en het Japans barsten van de Nederlandse woorden… Ik zwijg nu even over ‘Apartheid’.

    • DirkJan schreef:

      Het is niet een kwestie van geleerdheid, maar meer van bij een bepaalde groep willen horen. Verengelsing is vooral bij jongeren populair om zich zo met elkaar te verbinden en zich af te zetten tegen de ouderen. Hoewel er ook een snel groeiende trend is op sociale media onder weldenkende en goedopgeleide columnisten, journalisten en schrijvers om, om de haverklap ‘fucking’ te gebruiken. Dat is het mode- en codewoord naar elkaar toe om onderling te laten zien hoe stoer en eigentijds ze wel niet zijn. Om het op zijn Frans te zeggen, degoutant!

  4. Gerard van der Leeuw schreef:

    Ja, maar denk eens aam alle managers’ en het gebruik van het Engels in de zakenwereld, het doet ons komisch aan, maar ze nemen het zelf volstrekt serieus, in de Amsterdamse Rai, op Schiphol: alles is in Engels, Ik kan op Schiphol niet naar de politie, maar moet naar de police…. Ik kots daarop. (vlieg trouwens nooit, maar kom er met de trein). Bijna alle Nederlandse musea hebben tegenwoordig tentoonstellingen met een Engelse titel, ook zo raar. Soms gaat het gelukkig andersom: ik neem met graagte een hoekschop, geen ‘corner’, al verpruts ik die meestal. En ik hoor ook jongeren zeggen: we gaan vanavond gezellig fukken. Dat vind ik dan wel weer leuk… (niet dat fukken op zich, maar de taaluiting…..)

    • DirkJan schreef:

      Een andere vorm van de verengelsing is de internationalisering. Vooral in zo’n klein kikkerlandje als de onze hou je dat niet tegen, je ertegen verzetten is zinloos en doe ik ook niet. En universiteiten moeten zelf maar bepalen hoe ver ze willen gaan met Engelstalig onderwijs: ga je mee in de vaart der volkeren, of blijf je een lokaal kenniseilandje? Voorlopig is Engels de internationale taal van de hedendaagse wetenschap.

  5. ‘Hood’ kun je denk ik beter vertalen met ‘kap’ en ‘hoodie’ met ‘kaptrui’ of ‘kapje/kappie’. Dat lijken me geloofwaardige alternatieven. Wanneer zo’n vertaald woord of alternatieve Bataafse vinding inderdaad omarmd wordt, wordt het toch nog iets meer volwaardig onderdeel van de taal. Zoals ‘spijkbroek’, ‘frisdrank’ en ‘slagzin’. En de aardappel wordt in tegenstelling tot de ananas als iets typisch Hollands beschouwd.
    Taal is meer dan een functioneel communicatiemiddel, er wordt ook iets bij gevoeld.

Reacties zijn gesloten.