Gedicht: Bertus Aafjes – Iris en de Abessijnse neushoornvogel

Iris en de Abessijnse neushoornvogel

Zij geeft de grote neushoornvogel
wat brood. Hij neemt het nijdig aan,
als van zijn minste onderdaan,
en slokt het in zijn blauwe krop.
Zijn ogen, schijnbaar onbewogen,
wenden laatdunkend door zijn kop.
Dan kijkt hij, strak en onverveerd,
door zijn gewaande gulden dreven;
ontkent het traliewerk als feit.
Zij wendt zich af, haast gechoqueerd,
te trots om hem nog meer te geven
en met dezelfde majesteit.

Bertus Aafjes (1914-1993)
uit: De lyrische schoolmeester (1949)