Ilja Leonard Pfeijffer als verticaal toerist

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (7)

Door Marc van Oostendorp

Er zijn weinig schrijvers die zich zo consequent zo negatief hebben uitgelaten over het toerisme als Ilja Leonard Pfeijffer. Een van zijn eerste gedichten heet venetië en beschrijft spottend het lot van de toerist:

duizenden drommen hun middagen af
met moegemutste fotografen in de rol van wanhopig
genietend

Op een ironische manier komt dezelfde observatie terug in La Superba:

Ik houd van toeristen. Ik kan ze urenlang gadeslaan en volgen. Ze zijn aandoenlijk in hun vermoeide pogingen om iets te maken van de dag.

Florence

Juist door zo ironisch de liefde te verklaren distantieer je je natuurlijk van die toeristen: ze zijn aandoenlijk, en jij hoort er niet bij. De reis waarover De filosofie van de heuvel handelt, is officieel een fietstocht near Rome, maar eenmaal in Rome beland, beseft de filosoof dat de stad “niet meer dezelfde [is] als mijn oude liefde”:

Opeens doorzag ik haar. Ik zag dat zij zich aanstelde. Zij was nep. Ze was een openluchtmuseum voor slecht geklede toeristen. Hier woonden geen mensen meer, maar uitbaters, gidsen en straatmuzikanten.

In de epiloog van hetzelfde boek legt Pfeijffer uit dat ook Florence en Venetië niet aantrekkelijk zijn. Ook dat zijn plaatsen voor toeristen. Het fijne van Genua is dan juist dat de toeristen niet komen:

althans niet massaal, omdat er niets in hun reisgids staat met drie sterretjes, zoals de David van Michelangelo of de Rialtobrug, en omdat Genua een slechte reputatie heeft. En dat is maar goed ook.

Ondergoed

Nog een bezwaar tegen toeristen is dat ze slechtgekleed zijn. Dat punt wordt in De filosofie van de heuvel gemaakt, maar het komt ook naar voren in het toneelstuk De eeuw van mijn dochter. Vader Zeus vraagt aan Athene waar de andere goden zijn, waarop de uilogige dochter antwoordt:

Ik weet niet waar ze zijn. Hun heilige vertrekken
zijn afgebroken of ze staan al eeuwen leeg.
Het meest recente nieuws dat ik daarover kreeg,
is dat toeristen in hun hallen foto’s maken
in korte broek
zeus: Wat is een korte broek?
athene: Ach, smaken,
verschillen, pappa.

En ook in de recente roman Peachez spreken de hoofdpersonen graag over:

toeristen die rondlopen in hun ondergoed met belachelijke mutsjes op hun hoofd, en het fenomeen van het toerisme in het algemeen

Authenticiteit

Zo’n beetje het enige Pfeijfferpersonage dat een beetje positief is over een toeristische locatie is een Elvis-imitator in Las Vegas, in Het ware leven. En zelfs die heeft uiteindelijk een sneer over voor toeristen. De stad is zo aantrekkelijk omdat er op een paradoxale manier uiteindelijk geen toeristen kunnen zijn:

Hier is de wereld de toeristenspeeltuin die de wereld wil zijn, keurig zonder toeristen. Want waar alles is gebouwd voor toeristen, bestaan geen toeristen en is alles zoals het bedoeld is.

In interviews gebruikt Pfeijffer voor zijn eigen migratie af en toe de term ‘verticaal toerisme’. Waar de doorsnee toerist ‘horizontaal’ is, en van hot naar her reist om overal oppervlakkig en moegemutst kennis van te nemen, vestigt de verticale toerist zich ergens en probeert er de situatie te doorgronden. Hij is daarmee ook op zoek naar een ander soort authenticiteit – niet die van de ‘echt Italiaanse cultuur’, zoals de Rialtobrug, maar die van de ‘slechte reputatie’.

Polygamie

Het lijkt mij een manier om een paradox op te lossen  die veel toeristen kennen: hoe de plaatsen te vinden waar geen toeristen zijn terwijl je tegelijkertijd wel op reis gaat? Je gaat op reis omdat je de wereld eens vanuit een andere invalshoek wil bekijken, maar je ziet dan ofwel alleen de schone schijn óf je vestigt je op de plaats van je voorkeur en verliest dan eigenlijk vanzelf je verse blik. Je kunt dan naar Genua gaan, maar had uiteindelijk net zo goed in Rijswijk kunnen blijven.

Het is de paradox van de liefde. Je kunt niet houden van jezelf, je houdt van de ander in de ander. Als je dat tot de uiterste consequentie drijft, moet je dus zoveel mogelijk relaties aangaan, en van de ene ander naar de ander fladderen in een voortdurende poging iets te maken van de dag. Maar uiteindelijk bevredigt ook dat niet, en heb je behoefte aan één ander, die je in een soort verticale polygamie steeds beter leert kennen: La Superba.