Gedicht: C.S. Adama van Scheltema – Zomer

Zomer

De groote zomerdag staat open
En bouwt zijn weelde over de aarde,
Het malsche moes lacht in de gaarde
Bij ’t sappig groen, met dauw bedropen;
Het ruischelt in de weeke hagen,
Het gonzelt in de bloesemstruiken,
het tintelt in de groene pruiken
Der berken bij de zoete vlagen;
De kool brandt op de peerse kluiten,
De blonde brem bloeit welig tegen
De mulle hel-beschenen wegen
Met volle gele honigtuiten, –
Hef over de aarde uw aangezicht,
Over uw oogen valt het licht,
Over uw lippen stort een lied – –
Levend mooi mensch geniet!

C.S. Adama van Scheltema (1877-1924)