Zestig jaar kleurloze groene ideeën

Door Marc van Oostendorp

Dit jaar bestaat de beroemdste zin uit de taalkundige literatuur 60 jaar: ‘Colourless green ideas sleep furiously’. In 1957 verscheen Syntactic Structures, het boekje dat Noam Chomsky in één klap beroemd maakte.

Er verschijnt binnenkort een boek waarin een aantal syntactici het verschijnen van dat boekje vieren en sommige van die artikelen staan inmiddels her en der online. Bijvoorbeeld het artikel van de Amerikaan Robert Berwick over die ene zin.

Chomsky gebruikte die zin om twee dingen aan te tonen. In de eerste plaats dat er verschil is tussen vorm en betekenis. De zin betekent niets, of alleen maar onzin, maar hij is wel degelijk grammaticaal welgevormd. In dat opzicht verschilt hij van andere combinaties van dezelfde woorden:

  1. Colourless green ideas sleep furiously.
  2. Furiously sleep ideas green colourless.

Waarschijnlijkheid

De tweede zin is net zo onzinnig als de eerste, maar het verschil is: hij is niet grammaticaal. Dat mensen dat weten, zei Chomsky, kun je bewijzen door ze de zinnen te laten voorlezen. De eerste heeft een natuurlijke intonatie, het toonhoogteverloop is vloeiend. Bij de tweede zin gaat de toon aan het eind van ieder woord omlaag, alsof je een lijst woorden voorleest.

Ik geloof dat dit verschil tussen vorm en betekenis inmiddels wel vrij algemeen geaccepteerd wordt. Anders ligt het met een ander punt dat Chomsky met dit paar wilde maken: dat taal leren niet alleen een kwestie van waarschijnlijkheid is.

Woordsoorten

Geen van de twee zinnen had iemand voor 1957 ooit gehoord. Sterker nog: geen van de groepjes woorden die je zou kunnen isoleren (‘colourless green’, ‘green ideas’; of juist: ‘furiously sleep’, ‘sleep ideas’, enzovoort) had iemand ooit gehoord. Het was dus geen herkenning die de ene zin begrijpelijker maakte dan de andere.

Er is in de afgelopen jaren wel kritiek geuit op deze bewering, zegt Berwick. Mensen hebben geopperd dat je met voldoende gevorderde statistiek wel degelijk verschil kunt maken tussen de ene zin en de andere. Maar, zegt Berwick, die zogenoemde gevorderde statistiek bouwt soms kennis over woordsoorten in. De eerste zin heeft de abstracte structuur bijvoeglijk naamwoord – bijvoeglijk naamwoord – zelfstandig naamwoord – werkwoord – bijwoord. En die algemene vorm hebben meer Engelse zinnen:

3. Revolutionary new ideas appear infrequently.

Verwaarloosbaar

Maar dat je moet terugkeren naar zo’n abstracte vorm om de eerste zin als normaler te herkennen, dat was natuurlijk net Chomsky’s punt! Nog afgezien van het feit dat ook sprekers van het Engels die geen woordsoort bewust kunnen benoemen, natuurlijk wel het verschil tussen deze zinnen aanvoelen.

Berwick laat verder ook zien dat, gegeven zulke geavanceerde technieken, zin 1 misschien 200.000 keer waarschijnlijker is dan zin 2, maar dat zin 3 nog 17 keer miljoen waarschijnlijker is. Berwick schijnt te denken dat dit betekent dat het verschil tussen 1 en 2 verwaarloosbaar is, maar helaas is nog niet uitgerekend wat de waarschijnlijkheid is van zin 4. Als deze ook 17 miljoen keer waarschijnlijker is dan zin 2, is relatieve waarschijnlijkheid misschien toch een factor:

4. Infrequently appear ideas new revolutionary.

Het zal dus voorlopig nog niet snel stil vallen rond Chomsky’s kleurloze groene ideeën. Op de komende zestig jaar!