Gedicht: Martijn Benders – Stilleventje uit dorpskroeg

Uit Nachtefteling, de nieuwe bundel van Martijn Benders

Stilleventje uit dorpskroeg

Scheer je weg, mijn vriend, maak je uit de voeten.
Dat aftands gezicht van de barvrouw daar – dat zijn geen sproeten,
en het is geen knoflooklucht, of walm van loskomend behang,
nee, het is de stank van lieden die ogelen naar wiffels.

Kijk eens rond, alles zit op zijn plek: de bronzen deurklink,
de bronzen tap, de bronzen reling van de toog. De koekoeksklok.
Die tikt niet, maar klopt. Ga toch weg, maat, verdwijn.

Want het is of je hier aan de beademing kwijnt.
Kijk toch, de rode webben tussen de vingers van die klant.
Doet net of hij een krant leest. Waarop kauwt die hond?

Een handvol grond, of de wolken die ze in je mond gaan proppen
als je je aandacht verder laat verslappen, samen
met de veren van een blauw aangelopen zwaan.

Ren voor je leven! Daar komt de koffiejuffrouw aan
om je in haar mierzoete dwangbuis van onjeklonje te stoppen.
Het laatste loodje in je kop, laat het, ik smeek je.
Geraniums rukken op, skeletten van speeksel.

Martijn Benders (1971)
uit: Nachtefteling (2017)