De neerlandistiek als netwerk

Onderstaand bericht kon door omstandigheden niet in tijdens onze jubeldag (donderdag) geplaatst worden. 

Door Fred Weerman

Ik weet niet wat we ervan moeten denken dat wij ons bij elk jubileum afvragen hoe we er over tweemaal jubileum (Neder-L in 2042?) voorstaan. Met jubilea in de persoonlijke sfeer doe ik dat in ieder geval toch maar niet. In het laatste geval is de evidentie voor de eindigheid zo overtuigend dat we daar geen woorden aan vuil maken. Met de neerlandistiek is dat kennelijk anders. Ik vermoed dat het eigenlijk zo zit: we veronderstellen dat vakgebieden in het algemeen de tand des tijds doorstaan en we aarzelen of dat wel opgaat voor de neerlandistiek.

Dus daarom nog maar eens: Er is niets mis met het Nederlands, dat over 25 jaar ook nog volop zal worden gesproken en geschreven, schat ik zo. Er is niets mis met de vele onderdelen van de neerlandistiek, die volgens mij allemaal hun partij prima meeblazen. Zeker, in de ene discipline levert dat misschien meer geluid op dan in de andere discipline, maar als dat zo is ligt dat volgens mij niet, of in ieder geval niet alleen, aan de betreffende neerlandici, maar eerder aan het verschijnsel dat soms de ene instrumentengroep nu eenmaal wat meer een opvallende solo kan spelen en soms de andere groep. Zeker, het is niet altijd makkelijk om fondsen te werven voor onderzoek, er is veel competitie, die vooral voor jonge wetenschappers grote persoonlijke gevolgen kan hebben, de werkdruk is groot, de bezuinigingen idem, maar ik geloof niet dat positie van neerlandici wat dat betreft slechter is dan die van andere geesteswetenschappers. (Eerder beter, eerlijk gezegd).

Waarom zijn er dan toch de zorgen zoals aangeduid in de eerste alinea? Omdat het evident niet goed gaat met de belangstelling van aspirant-studenten voor de studierichting Nederlandse taal en cultuur. Domme aspirant-studenten, natuurlijk. Ze weten niet wat ze missen. Maar het is wel een feit dat ze wegblijven. Het is niet uit te sluiten dat dit verandert, maar de trend is negatief en het is niet eenvoudig om de belangstelling substantieel te beïnvloeden. We moeten daarom niet de studie Nederlands opheffen (voor wie dat al zou willen: dat is nog niet zo gemakkelijk geregeld), maar het is wel zaak om het moois dat de neerlandistiek te bieden heeft in ieder geval óók toegankelijk te maken in andere, eventueel nieuwe studieprogramma’s zodat de specialismes die samen de neerlandistiek opleveren blijven bloeien. Uiteraard worden in die andere programma’s de (sub-) disciplines die samen de neerlandistiek vormen niet als één geheel gepresenteerd. Ze worden gecombineerd met onderdelen van weer andere programma’s. Niets bijzonders, want voor het onderzoek zijn zulke nieuwe combinaties al lang gewoon, zoals het daar ook gewoner is dat we zo nu en dan tot een herordening komen.

De specialismes die samen de neerlandistiek opleveren moeten kunnen doorgroeien en meeademen met de wetenschappelijke (en maatschappelijke) ontwikkelingen om ons heen. Dat is wat mij betreft belangrijker dan de studie Nederlands. De neerlandistiek is meer een netwerk dat een vakgebied. En voor alle duidelijkheid: er is niets mis met netwerken, maar nog meer dan vakgebieden zijn ze fluïde.