Gedicht: Jan Prins – Sonnet

Op 14 mei 1940 werd Rotterdam gebombardeerd.
Sonnet

De Rotterdamsche haven zouden zij verstoppen.
De armzaligen! Eer wordt de lavastroom gestremd
In Etna’s keel, buigen zich Himalaya’s toppen,
Raakt in zijn val de Niagara vastgeklemd,

Eer slecht bij storm de zee haar witgekuifde koppen,
Eer wordt van eb en vloed de wisselgang geremd,
Eer leert de tijger zijn gevangenschap verkroppen
En wordt gelijk het lam, uit eigen wil getemd,

Eer Rotterdam, hoe jammerlijk dan ook gehavend,
Hoe smartelijk verminkt, hoe deerlijk ook gewond,
Zijn grootsch verleden in vertwijfeling begravend
Geen uitweg naar de zee weer en de wereld vond,
En niet, zijn roep van onverzettelijkheid stavend,
Zoo lijn- als wilde vaart herneemt, heel de aarde rond.

25-6-’45

Jan Prins (1876-1948)