Een schoonheid in een schoonheid in een schoonheid

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (123)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Er bestaat geloof ik geen goede theorie over het herhaalde woord. Ooit was de theorie eenvoudig en elegant, maar helaas ook incorrect: ze zei dat een goede schrijver geen inhoudswoorden herhaalde. Ik weet eigenlijk niet of dat advies nog wel gegeven wordt aan beginnende schrijvers, maar het is niet moeilijk om de voorbeelden op te stapelen waarin uitmuntende schrijvers uitmuntende regels schrijven waarin ze op een uitmuntende manier woorden herhalen.

Er is bijvoorbeeld het werk van Herman Gorter:

Terwijl de aarde om het zonlicht gaat,
terwijl de bosschen stralende energie
van de zon drinken, terwijl ieder wie
leeft, de lucht gebruikt, alles brandend staat.

Terwijl de aarde tellekens beslaat
met damp, haar zee geeft wolke’ aan haar gelaat,
terwijl de aarde aldoor voorwaarts vliegt,
en als een slinger om de zonne wiegt –

stijgt midden in die schoonheid eene schoonheid,
midden in doode schoonheid schooner leven:
de menschen ordnen zich tot een nieuw worden.

In natuur’s schoonheid groeit op menschenorde,
in schooner menschheid ’t schoon ééns menschen leven:
Een schoonheid in een schoonheid in een schoonheid.

Toch laat dit voorbeeld ook zien dat de oude theorie niet alleen maar vervangen kan worden door ‘je mag woorden best herhalen, lekker pûh.’ Je kunt best heel vaak schoonheid zeggen achter elkaar, maar het heeft wel een bepaald effect.

Gorter was een meester in het stamelen. Niemand kon zo goed, zo dicht bij het onbenoembare komen als hij. Hoewel het moeilijk is om zoiets wetenschappelijk aan te tonen, hebben mensen ervaringen die zo groots zijn, dat ze het idee hebben dat ze ze niet kunnen verwoorden.

Paradoxaal genoeg kun je door dát te laten zien dat gevoel vervolgens alsnog overleveren. Wanneer dit sonnet niet gestameld was geweest, niet zo onhandig geformuleerd, zou het nauwelijks betekenis hebben: de natuur is mooi, de mensen zijn mooi, de individuele mens is mooi. Nou en? Maar door het onhandige, het doorbreken van het rijmschema van het klassieke sonnet – het octaaf bij Gorter is abba aaBB, het sextet zit vol rijk rijm), en vooral door dat almaar herhalen van schoonheid, schoonheid, schoonheid, ontstaat een meeslepend gevoel, het soort socialistisch-religieus gevoel waar Gorter zo sterk in was.

De theorie is dus: een woord herhalen klinkt onhandig. Maar die onhandigheid kun je af en toe goed gebruiken om precies te zeggen wat je voelt.