Call for Papers – 4de Gentse Colloquium over het Afrikaans

INTERNATIONAAL CONGRES
4de GENTSE COLLOQUIUM OVER HET AFRIKAANS
10 & 11 OKTOBER 2017

Inleiding
Tijdens dit internationale congres, georganiseerd door het Gents Centrum voor het Afrikaans en de Studie van Zuid-Afrika, zullen twee uiteenlopende onderzoekslijnen uitgewerkt worden, zoals uiteengezet in de samenvattingen hieronder. De twee lijnen zullen parallel behandeld worden tijdens het colloquium en ze verwijzen beide naar innovatief navorsingswerk waarmee men onder andere aan de Universiteit Gent druk bezig is.

Als keynote sprekers zijn Prof. Rufus Gouws, Prof. Ronel Foster (beiden van Stellenbosch Universiteit) en Prof. Frank Hendricks (UWK) uitgenodigd.

Deelnemers worden uitgenodigd abstracts (in Afrikaans of Nederlands) van maximum 300 woorden in te dienen voor 1 juni 2017 (afrikaans@ugent.be). Gelieve daarbij aan te geven of uw abstract aansluit bij het letterkundige of taalkundige deel.

Taalkunde van het Afrikaans: Woordenschat
Het taalkundige thema van het 4de colloquium over het Afrikaans is gewijd aan woordenschat. Het is de bedoeling een overzicht te bieden van de stand van zaken i.v.m. lexicografisch werk en plannen in verband met lexicografie van het Afrikaans en de middelen (corpora) die daartoe worden ontwikkeld. Ook contrastief werk (twee- of meertalige woordenboeken) is welkom, evenals bijdragen over gespecialiseerde lexicografie (terminografie, lexicografie van sub-standaarden, groepstalen enz.). Tot slot wordt ook plaats ingeruimd voor lexicologische bijdragen.

Letterkunde van het Afrikaans: Urban Studies in Afrikaanse literatuur
Verstedelijking is een lang historisch proces dat zowel interne als externe dynamieken kent. Het is die moderne geürbaniseerde omgeving die in literatuur vaak de hoofdrol gaat spelen omdat auteurs met die indrukken op een specifieke manier aan de slag gaan. In het onderzoek naar Afrikaanse literatuur werd de (gedwongen) overgang van een prekoloniale naar een koloniale samenleving vaak onderzocht, omdat zogenaamde ‘moderniseringsprocessen’ en de omgang daarmee daarin een belangrijke rol spelen. ‘De stad’ is door de literaire traditie heen dus een onvermijdelijke setting geworden. Daarom is het interessant om na te gaan hoe modernisering, urbanisatie en globalisering een neerslag krijgen in contemporaine Afrikaanse literatuur.

In de parallelle letterkundige sessies wordt gezocht naar de verbeelding van de stad aangezien die verschillende dynamische dimensies omvat. Is de verbeelding dystopisch of veeleer utopisch? Of krijgt de stad de bedrieglijk veilige rol van een heterotopie (Foucault) aangemeten? Het onderzoek naar verscheidene stadsmythologieën staat centraal. Naast een materiële ruimte is de stad ook een symbolische en metaforische ruimte. In literaire werken wordt deze ruimte vaak als een levend organisme voorgesteld, waarin ‘movement’ en ‘rhythm analysis’ de monsterlijke onontkoombaarheid van die personificatie illustreren (Highmore). Het is daarom ook interessant om de psychologie van de personages onder de loep te nemen. De (post)moderne mens lijdt onder stedelijke globalisering, maar kiest hij ervoor om deel te nemen aan de veeleisende consumptie- en mediacultuur of zet hij zich expliciet daarvan af? Hoe ervaren literaire personages die draaikolk aan verdovende prikkels (Simmel)? Hoe wordt die door hen beschreven? De vragen naar de identiteitsconstructie van het subject en van de massa zijn eveneens waardevolle invalshoeken om romans te benaderen.

Urban Studies is een onderzoeksgebied met veel mogelijkheden. Het wordt dan ook aangemoedigd om via verschillende gevalstudies die verrassende en onuitputtelijke invalshoeken van de Zuid-Afrikaanse letterkunde te benaderen. Uiteindelijk zijn dat waardevolle en accurate bijdragen aan de hedendaagse literatuurstudie en leren ze ons meer over de verbeelding en beleving van de moderniteit in Zuid-Afrika.