Beginnen Nederlanders het Engels beu te worden?

Door Alison Edwards

Overal in Nederland zie en hoor je Engels. Maar beginnen mensen dit soms beu te worden?

Schaatsen, oranje schmink normaal maken, lang en gelukkig zijn. Nederlanders zijn in heel veel dingen goed – zo ook in de Engelse taal. Zo’n 90% van de Nederlanders vindt dat ze een gesprek kunnen voeren in het Engels, en Nederland staat bovenaan de English Proficiency Index, een ranglijst van 72 landen waar Engels niet de eerste taal is.

Nederlanders zijn niet alleen goed in Engels; ze lijken er ook echt van te houden. Met een bijna ongekend enthousiasme zijn ze de afgelopen decennia begonnen hun eigen taal in te wisselen voor het Engels. Van traminformatie en belastingaangiftes tot Schiphol, waar het Nederlands ogenschijnlijk is afgeschaft, lijkt iedereen in de ban geraakt te zijn van het Engels. Eén op de vier vwo-scholen is nu tweetalig en, als we de paniekberichten moeten geloven, is ook op universiteiten bijna geen Nederlands meer te bekennen.

Nu lijkt er echter enige spijt te ontstaan. Nieuw onderzoek suggereert dat veel mensen vinden dat de ‘verengelsing’ van Nederland te ver is gegaan.

Noem je dat een gevaar

Robert Fuchs, Rutger-Jan Lange en ik hebben de houding ten opzichte van het Engels geanalyseerd. Aan dit onderzoek deden 4000 respondenten mee, die stellingen hebben beoordeeld aan de hand van een vierpuntsschaal, waarbij 1=sterk mee oneens en 4=sterk mee eens. De ene helft van de respondenten was afkomstig uit Nederland, de andere helft uit Duitsland, nog een land dat mee doet met het Engelse feest, zij het minder enthousiast dan Nederland. Een armzalige 56% van de Duitsers vindt dat ze in het Engels een gesprek kunnen voeren, en Duitsland haalde maar net de top 10 van de English Proficiency Index.

We zagen dat alle respondenten Engels beschouwen als een nuttige toevoeging aan hun taalkundige gereedschapskist, en niet bang zijn dat hun nationale taal aan status zou verliezen. Ze vonden respectievelijk Nederlands en Duits belangrijker dan Engels en verwierpen dan ook het idee dat Engels een existentieel gevaar vormt voor hun moedertaal.

Overdrijven is ook een kunst

Dit is geruststellend – maar er waren een aantal opvallende verschillen tussen de twee nationaliteiten. Om te beginnen hadden de Nederlanders in vergelijking met de Duitsers aanzienlijk minder vertrouwen in de status van hun eigen taal. Ze zeiden nog net niet dat het Engels een hogere status heeft dan hun moedertaal, maar waren wel eerder geneigd om het met deze stelling eens te zijn dan hun buren.

Duitsers waren het vaker dan Nederlanders eens met de stelling dat het moeilijker zou zijn om een baan te vinden als je de landstaal maar gebrekkig beheerst. Het gebrek aan Nederlandssprekende serveerders en verkoopassistenten in de grotere Nederlandse steden bleek een pijnlijk punt. “Dat we niet welkom geheten worden in het Nederlands vind ik zelfs onbeschoft”, aldus een journalist van middelbare leeftijd uit Den Haag. “Engels lijkt hier zelfs belangrijker dan Nederlands in ons eigen land. Dat gaat me te ver!”

Moe van al dat Engels

Duitsers vinden het lastiger om in het Engels te communiceren dan hun buren; ze vonden zichzelf minder spraakzaam en minder vaardig in het Engels dan de Nederlanders. Dat gezegd hebbende, hebben Duitsers misschien meer de neiging om zichzelf te onderschatten dan de Nederlanders. Maar liefst 9 op de 10 Nederlanders vond dat hun Engels beter is dan dat van hun landgenoten – iets wat wiskundig gezien onmogelijk is, maar hun enthousiasme is bewonderenswaardig.

Maar de Duitsers lijken nog meer dan hun Nederlandse buren elke kans te grijpen om de Engelse taal te gebruiken. We zouden kunnen speculeren dat Nederlanders minder geneigd zijn om steeds naar het Engels te grijpen, omdat ze toch al praktisch overspoeld worden met Engels. “Uiteraard is beheersing van het Engels van levensbelang. Maar sommigen draven door”, aldus een 63-jarige docent. “Absurde situaties doen zich voor wanneer Nederlanders met Nederlanders Engels spreken. Er zijn zelfs instituten die hun studenten verbieden in de kantine Nederlands te spreken.”

Zelfs Nederlanders met een rooskleurig beeld van de wereldtaal vonden het eerder dan hun Duitse buren overdreven om Engels te gebruiken en hadden er soms zelfs een hekel aan dat het moest. Maar het zijn uiteraard de Nederlanders die minder positief tegenover het Engels staan die de meeste moeite hebben met de alomtegenwoordigheid van de taal. In tegenstelling tot hun Duitse buren met een vergelijkbare afkeer voor de taal, gaven ze aan dat het hen persoonlijk raakt. Dit suggereert dat de Engelse taal een aanzienlijke impact heeft op het leven van mensen in Nederland, of ze de taal nu leuk vinden of niet. Ze gaven ook vaker aan dat ze zich in het Engels een buitenstaander voelen. Wellicht hebben Duitsers die niet van Engels houden simpelweg de luxe om het in hun dagelijks leven te vermijden, terwijl hun Nederlandse buren genoodzaakt zijn om het ten minste af en toe te gebruiken, waardoor zij zich vaker een vreemdeling voelen in hun eigen land.

Maak Nederlands weer cool

Dergelijke bevindingen kunnen worden geïnterpreteerd als een reactie op de waarneembare verengelsing van de Nederlandse samenleving. Nu het Engels niet meer weg te denken is uit het onderwijs, de zakenwereld en de media, lijkt het alsof Nederlanders het Engels moe aan het worden zijn en vinden dat het te ver is gegaan. Paradoxaal genoeg zou juist dit gevoel ervoor kunnen zorgen dat de Nederlandse taal weer cool wordt.

Wie dit artikel toch liever in het Engels leest, kan terecht op Alison Edwards’ eigen weblog The Rogue Linguist.