Authentieke historische teksten

Door Roland de Bonth

Dat leerlingen in het voortgezet onderwijs slecht, slordig en sloom lezen, is een veelgehoorde klacht van docenten Nederlands; collega’s van andere vakken onderschrijven dit. De prangende vraag die op veel scholen wordt gesteld, is hoe we ervoor kunnen zorgen dat leerlingen beter worden in begrijpend lezen én bovendien gemotiveerder zijn om te lezen?

In de Leesmonitor van de Stichting Lezen worden hiervoor op basis van wetenschappelijk onderzoek acht tips gegeven. Een van de aanbevelingen is om leerlingen te confronteren met authentieke teksten, die ze als interessant en aansprekend ervaren. Het vinden van authentieke, actuele teksten is vanzelfsprekend geen enkel probleem. Op internet zijn tal van interessante artikelen te vinden en wie niet digitaal kan – of wil – werken, heeft de mogelijkheid via Nieuws in de klas twee weken lang gratis kranten te ontvangen.

Maar hoe gemakkelijk is het voor een docent om authentieke én authentiek vormgegeven historische teksten te vinden? Tamelijk eenvoudig. Er bestaan tegenwoordig verschillende websites die rijk zijn aan dergelijk materiaal. Een prachtige bron is Delpher. Op deze website kunnen meer dan 60 miljoen pagina’s uit Nederlandse kranten, boeken en tijdschriften worden geraadpleegd. Het mooie is dat deze bladzijdes worden weergegeven in de oorspronkelijke lay-out en dat geeft een bijzonder cachet aan het lezen van deze teksten. Wat kunnen leerlingen met een bron als Delpher? Zij kunnen bijvoorbeeld onderzoek doen naar het gebruik van woorden en uitdrukkingen. Een handig hulpmiddel daarbij vormt het boekje Digitaal gouddelven van taalhistoricus Ewoud Sanders. Als voorbeeld en inspiratiebron kan ook het boek Steeds blijf ik u beminnen. Liefdesoproepen uit vervlogen tijden van Quest-redacteur Mark Traa dienen, die meer dan 400 contactadvertenties en liefdesoproepen uit de periode 1850-1940 verzamelde.

Naast non-fictionele teksten zijn er vandaag de dag ook volop gedigitaliseerde versies van historische, letterkundige teksten te vinden. Het project van Google om oude werken te digitaliseren en publiekelijk beschikbaar te stellen, behoeft hier waarschijnlijk geen introductie.  Minder bekend zal de website Census Nederlands Toneel, kortweg Ceneton, zijn. Van een groot aantal Nederlandstalige toneelstukken zijn hier behalve tekstedities facsimile-uitgaven te vinden. Aan de hand hiervan kan goed worden getoond hoe boeken vroeger werden vormgegeven, welke lettertypes er in zwang waren en wat voor soort illustraties er toentertijd toegevoegd werden aan teksten. Ook de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) bevat van ettelijke (literaire) werken scans; deze zijn via het cameraicoontje in de index snel te vinden. Lees bijvoorbeeld de (Opperlandse) A-Saga, E-Legende en O-Sprook uit 1879. De Digitale Topstukken van de Koninklijke Bibliotheek mogen hier evenmin onvermeld blijven. Zo is het schitterende handschrift van Beatrijs in volle glorie te aanschouwen. Met enige hulp en aanwijzingen kunnen leerlingen – zelfs van de basisschool! – dit Middeleeuwse manuscript tijdens de les transcriberen. Met de website Wat staat daer?  kan iedereen op zijn eigen niveau op een speelse manier oefenen met het lezen van oude handschriften. Bas Jongenelen schreef er op neerlandistiek.nl al eerder een enthousiasmerend artikel over.

Kortom, de keuze voor historische teksten in de lessen Nederlands hoeft niet langer beperkt te blijven tot een beperkte hoeveelheid, lang niet altijd eenvoudig te verkrijgen, tekstedities. Maar dat historische teksten in hun oorspronkelijke verschijningsvorm digitaal beschikbaar zijn, wil nog niet zeggen dat zij zonder meer ingezet kunnen worden in de dagelijkse lespraktijk. Dat vraagt de nodige expertise en bevlogen, deskundige en goed opgeleide docenten. Zij kunnen – zie ook de punten 1, 2 en 8 van de al eerder genoemde Leesmonitor – het verschil maken.