Ik ben de enige die m’n best heeft gedaan

Door Marc van Oostendorp

Er gaat een bijzondere fascinatie uit van woorden als zijn en haar. Waarnaar verwijzen zulke woorden? Je kunt het vaak wel afleiden uit de context, maar hoe doe je dat precies? Waarnaar verwijst bijvoorbeeld het woordje haar in de volgende zin?

  • Ik ben de enige die haar best heeft gedaan. [1]

Het antwoord is, natuurlijk, naar ik, immers volgens deze zelf de enige voor wie deze waarheid opgaat. Maar is dat niet raar? Haar is derde persoon. Zou je niet beter kunnen zeggen:

  • Ik ben de enige die mijn best heeft gedaan. [2]

Inderdaad klinkt die variant ongeveer even goed, maar ook hiermee is eigenlijk iets vreemds aan de hand. Je zou kunnen zeggen ‘dat ‘die X best heeft gedaan’ in zijn geheel juist een derde persoon suggereert – het is bijvoorbeeld ‘heeft gedaan’ en niet ‘heb gedaan’ –, dus hoe kan daar dan een eerste persoonsvorm mijn worden gebruikt.

Er zijn nog meer mogelijkheden. Ook een vrouw zou volgens mij best kunnen zeggen:

  • Ik ben de enige die zijn best heeft gedaan. [3]

Er is geloof ik wel een nuanceverschil tussen zin 1 en zin 3. De eerste suggereert dat de ik verkeert in een groep andere vrouwen en zich alleen met die andere vrouwen vergelijkt, terwijl in de derde zin het vergelijkingsmateriaal potentieel diverser is. Voor zin 2 geldt dan weer niet dat de ik zich met een groep vergelijkt die alleen uit mij bestaat; deze zin kan dezelfde betekenis hebben als 1 of 3.

In een nieuw artikel gaat de Oostenrijks-Amerikaanse taalkundige Susi Wurmbrandt in op dit verschijnsel. Ze laat bijvoorbeeld zien dat het Duits op dit vlak minder vrij is dan het Nederlands of het Engels. Je kunt in het Duits bijvoorbeeld wel zeggen ‘Ich bin der einzige der seinen Sohn versorgt’, maar niet ‘der meinen Sohn versorgt’ of ‘der ihren Sohn versorgt’.

En ook in het Nederlands is niet alles mogelijk. Wanneer je de zin een klein beetje ombouwt wordt het bijvoorbeeld ingewikkelder:

  • De enige die zijn best heeft gedaan, ben ik.
  • De enige die mijn best heeft gedaan, ben ik. [uitgesloten]

De tweede zin suggereert een vreemde wereld waarin het mogelijk is dat je iemand anders’ best doet, en je dus zou kunnen verwachten dat andere mensen nu eens mijn best zouden doen. Aangezien we niet in zo’n wereld leven, is deze zin uitgesloten.

Je kunt in de constructie ‘ik ben de enige die X best doet’ op verschillende manieren proberen te bepalen wat X moet zijn. Als je heel lokaal kijkt, alleen in de bijzin, kom je uit op zijn of haar, want die bijzin is helemaal in de derde persoon gesteld. Maar je kunt, in ieder geval in het Nederlands, ook kijken naar de grotere context van de hele zin; en dan kun je mijn gebruiken. Alleen moet die context, het ik waarnaar je verwijst kennelijk al wel eerder genoemd zijn.