Gedicht: Bertus Aafjes – Het ezeltje

Het ezeltje

Er draaft een ezeltje door ’t gat der nacht,
Met op zijn rug een meisje in het zwart,
Stijf ingewikkeld in haar vreemde dracht.
En ’t ezeltje draaft haaprend en toch hard.

Het is onwerkelijk als damp die trilt
Of als een stukje film van jaren her,
Dat voor het oog als in een koortsdroom rilt.
Waar gaan zij heen en moeten zij nog ver?

En zoeken zij een uitweg of een doel,
Of rust op hen de stilte van een vloek?
Zijn zij misschien al lang zonder gevoel
En naar de poort van ’t dodenrijk op zoek?
Ik zie het aan als buiten mij verwoord:
Ik voel u op mijn rug, ik sleep u voort.

Bertus Aafjes (1914-1993)
uit: Het koningsgraf (1948)