Hans Bennis nieuwe Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie

hansbennis

Prof. dr. H.J. Bennis

Zojuist is bekend geworden dat prof. dr. Hans Bennis door het Comité van Ministers per 1 februari 2017 is benoemd tot de nieuwe Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie.

Bennis studeerde Nederlands en Algemene Taalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en was verbonden aan onder meer de Vrije Universiteit en de Universiteit van Tilburg voor hij in 1998 directeur werd van het Meertens Instituut (KNAW).  Als zodanig was hij verantwoordelijk voor grote infrastructurele (taal)wetenschappelijke projecten zoals het Taalportaal en CLARIAH. Daarnaast was hij sinds 2000 bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Bennis neemt deze week afscheid van het Meertens Instituut en volgende week van de UvA.

In een reactie zegt Bennis:  “De grootste opgave voor de nieuwe algemeen secretaris is om het vertrouwen te herstellen in de Nederlandse Taalnie. Niet alleen bij de internationale neerlandistiek (IVN) maar ook bij andere groepen die zich bezighouden met de Nederlandse taal, zoals het Instituut voor Nederlandse Taal (voorheen INL), Onze Taal (adviesbanken, witte/groene spelling), de universitaire neerlandistiek, leraren Nederlands (o.a. Het Schoolvak Nederlands), enzovoort. Maar het gaat ook om de relatie met de politiek in Nederland en Vlaanderen en met het Comité van Ministers. Ik wil graag samen met deze organisaties werken aan een transparant beleid, een daadkrachtig opstelling en een heldere positionering van de Taalunie.”

Bennis zegt dat zijn doel is om van de Taalunie een gewaardeerde partner te maken in discussies over Nederlandse taal- en letterkunde in de landen waar het Nederlands een officiële taal is en in de internationale neerlandistiek: “Belangrijk zijn voor mij kwesties als het onderwijs Nederlands in binnen- (bijv. het schoolexamen Nederlands) en buitenland (de ondersteuning van onderwijs in de neerlandistiek in landen waar Nederlands geen officiële taal is), de omgang met taalvariatie zowel binnen als buiten de standaardtaal (de Nederlandse Taalunie is geen Nederlandse Standaardtaalunie), grotere tolerantie voor afwijkingen van de standaardtaal (ook in grammatica en spelling), aandacht voor taalvariëteiten als het Surinaams Nederlands en de meertalige context van het Nederlands (het Nederlands in relatie tot Engels, Frans, Turks, Arabisch, Sranantongo etc.) en het stimuleren van leesvaardigheid. Bij al deze kwesties staan niet de normen (zo moet het) voorop, maar plezier, taalvaardigheid en creativiteit. Ik vind het een voorrecht en een uitdaging om samen met de staf van het secretariaat te kunnen werken aan een Taalunie die een centrale rol speelt bij de vorming van het beleid over een levende en dynamische Nederlandse taal.”

Het bestuur van de Internationale Vereniging voor de Neerlandistiek – die de afgelopen jaren een belangrijk brandpunt was van kritiek op het functioneren van de Taalunie –, reageert enthousiast: “We achten Hans Bennis inhoudelijk zeer deskundig en hij heeft een lange staat van dienst als bestuurder.”, zegt voorzitter Henriette Louwerse. “Het Meertens Instituut heeft hij in lastige omstandigheden tot nieuwe bloei weten te brengen. We hebben het volste vertrouwen in een vruchtbare samenwerking. In het nieuwe jaar hopen we elkaar snel te kunnen treffen om van gedachten te wisselen over het belang van de internationale neerlandistiek. We feliciteren Hans Bennis van harte met zijn nieuwe functie.”

Lees ook het bericht van de Nederlandse Taalunie.
Het Meertens Instituut, waarvan Bennis deze week afscheid neemt, plaatste een interview.

De reacties op Twitter zijn positief. Bijvoorbeeld van de Nederlandse taalkundige en journaliste Liesbeth Koenen:

De Vlaamse parlementariër Bart Caron:

De Nederlandse taalkundige Jan Stroop:

Uitgever van taalboeken Mieke van Dalen:

Maaike Verrips, directeur van de Taalstudio:

De Taalwerkplaats:

Neerlandistiek-redacteur Marc van Oostendorp had vorig jaar een video-gesprek met Hans Bennis over zijn boekje Korterlands:

Dit bericht is geplaatst in nieuws met de tags , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Hans Bennis nieuwe Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie

  1. Jos Van Hecke schreef:

    Een (bepaalde) taal is een kollektief gedragen (en dus kommunikatief ‘genormeerd’) spesifiek en aan het menselijk stemvermogen gebonden klankensisteem (dit is de kern en het wezen van een bepaalde ‘mensentaal’) dat in essensie bestaat uit betekenisdragende gesproken ‘woorden’ die volgens een welbepaalde en strikt vastgelegde norm (de ‘spelling’ of beter en vooral eenvoudiger en effisiënter het ‘spellingsisteem’) ook in geschreven vorm kommunikatief eenvormig kunnen worden weergegeven. De ‘spraakkunst’ (grammatika) regelt (en dus normeert) de funksies van die woorden in een onderlinge betekenis uitbreidende samenhang die zeer divers kan zijn en dus – binnen zekere kollektief-kommunikatieve grenzen – vatbaar is voor variasie (taalkreativiteit).
    Een taal met een ‘meertalige kontekst’ kan ik niet anders benoemen dan een ‘kreolentaal’, met andere woorden een ‘hutsepottaal’, noch mossel noch vis dan wel mossel én vis. Dit is in ieder geval niet iets waar de ‘Nederlandse Taalunie’ dient op te mikken, meen ik, vooral niet m.b.t. het ‘spellingsisteem’ waarvan elke zichzelf respekterende taal er maar één kan hebben en geen twee of drie of vier of vijf….of méér door elkaar geklutst, zoals zich dit thans in de Nederlandse taal zo jammerlijk lelijk voordoet. Ik moge het ‘Nederlands’ onmogelijke ‘downloaden’ [dauwnloden] tot sprekend slecht voorbeeld noemen, evenals het hemeltergende kreoolse begrip ‘roots’ [roets] dat in het Nederlands gewoon ‘wortels’ hoort te heten, evenals de nog krommer kreools ‘gespelde’ woorden ‘shop’ [sjop], ‘shoppen’ en ‘shopper’, vooral als je ze stelt tegenover woorden als ‘chocolade’ [sjokolade] en ‘sjalot’ [sjalot]. Er is dus – voor de ‘Nederlandse Taalunie’ – nog veel werk aan de ‘shop’, niet met de aandacht voor een ‘meertalige kontekst’ van het Nederlands maar wel met het oog op het bevorderen van een doorzichtig en effisiënt funksionerend ‘ééntalig’ Nederlands, te beginnen met het normerend op poten zetten van een nieuw éénvormig ‘spellingsisteem’ dat elkeen eenvoudig ‘in het hoofd’ kan hebben en houden, zonder voortdurend een beroep te moeten doen op een groen of anders gekleurd ‘spellingboekje’ dat met de jaren dreigt uit te groeien tot een ‘spelling ensiklopedie’ in X banden. Pas dan zou de Nederlandstalige taalgebruiker tijd kunnen vinden om méér en beter taalvaardig te worden en zijn aandacht te richten op die punten die er in taal écht toe doen, met name op een brede kennis van de rijkdom der Nederlandse woordenschat (oude en ‘verloren’ woorden inbegrepen) en op het kreatief omspringen met Nederlandse woorden, onder meer door ze zelf te vormen en door kreatieve variasies te bedenken bij het bouwen van kommunikatief betekenisdragende Nederlandse zinnen en er bovendien ook nog veel plezier, het weze pret, leute of genoegen aan te beleven. Het moge mij hier geoorloofd zijn het ‘spellingsisteem’ van het Spaans en van het Portugees maar evenzeer van het aan het Nederlands nauw verwante Afrikaans als aanbevelenswaardige voorbeelden aan te reiken evenals de opdracht, de functie en de werking van de ‘Real Academia (de la lengua) Española’ voor het geheel van de Spaanstalige wereld. Zie haar webstek: http://www.rae.es/ waarop – uiteraard – geen woord Engels te bespeuren valt en dus ook geen webschakel ‘English’ die verwijst naar uitleg over of promosie voor het Spaans in het Engels, zoals dit – totaal onbegrijpelijk maar vooral ondoordacht – m.b.t. het Nederlands wél het geval is op de webstek van de ‘Nederlandse Taalunie’. Waarom? Een uiting van een misplaatst minderwaardigheidsgevoel van een kleine(re) taalgemeenschap? De drang van sommige taalkundigen om taal en talen als ‘universele wetenschap’ (in het Engels) voor te stellen, alsof het een soort organische polimeren scheikunde zou zijn? ‘Neerlandistiek’, klinkt het niet bijna als ‘Plastiek’? Taal is veel en verscheiden, maar geen handelsprodukt dat men op een Engelstalige wereldmarkt te keur en te koop kan aanbieden. Een taal is van en voor het volk, voor hen die in die taal denken en voelen, niet voor hen die dit niet kunnen, niet betrachten of zelfs niet willen. Sommige ‘taalkundigen’ behoren daartoe: ze noemen zich (geheel ten onrechte) ‘taalwetenschapper’.

Reacties zijn gesloten.