De De Avondenquiz

Door Roland de Bonth

radioDe ware Reviaan kijkt elk jaar uit naar 22 december. Op de vroege ochtend van die dag in het jaar 1946 namelijk ontwaakt Frits van Egters, de ‘held’ en hoofdpersoon van de roman De Avonden. Die datum vormt voor sommigen de aanleiding om Gerard Reves klassieker uit de boekenkast te halen en vervolgens tien dagen lang elke dag één hoofdstuk te herlezen. Enkele jaren geleden heb ik – het lezen valt grotendeels in de vakantie – een lange lijst aangelegd met triviale vragen over het boek. Die lijst vormde de basis voor deze De Avondenquiz.

De spelregels van de quiz zijn eenvoudig. Elk goed antwoord levert één punt op. De beginletters van de antwoorden vormen samen twee versregels uit een gedicht van Reve. Met het noemen van de titel van dit gedicht kan nog één extra punt worden verdiend. Dit betekent dat er in totaal dus 50 punten zijn te behalen (49 antwoorden + 1 voor de titel van het gedicht).

Let op, het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om als antwoord één letter te geven, behalve uiteraard als daarom wordt gevraagd. Het gaat er immers om dat de echte Revekenner danwel de nauwgezette lezer met de eer gaat strijken. Wie als eerste – doch uiterlijk 31 december 2016 om twaalf uur ’s nachts – alle (of de meeste) vragen correct heeft beantwoord én de titel van het gedicht heeft weten te noemen, krijgt als toepasselijke hoofdprijs een speelgoedkonijn toegestuurd.

Veel puzzelplezier de komende dagen.

Roland de Bonth (r.de.bonth@hotmail.com)

Vragen

  1. Wat bakt Frits’ moeder op oudejaarsavond?
  2. Met welke twee woorden spreekt Viktor Poort Frits aan, als hij zegt dat hij de deur voor hem opent?
  3. Hoe heet de man die de uitvaartplechtigheid van Jaaps opa verzorgde?
  4. Waardoor is het haar van Louis zo glad?
  5. Wat is de voornaam van degene die met zijn vriendin met een jeneverlucht op kraamvisite komt?
  6. Hoe luidt de meisjesnaam van Joops vrouw?
  7. Onder welke Engelse naam – zonder lidwoord – staat de band De Zwervers in het echt bekend?
  8. Frits is verontwaardigd dat zijn vader zijn wratten nooit heeft laten weghalen. Hoeveel zijn dat er precies?
  9. Hoe heet de schoonzus van Frits?
  10. Welke voornaam draagt de schrijver van De geschiedenissen uit het Weense bos?
  11. Volgens Frits kan kaalheid het gevolg zijn van ouderdom, van een haar- of vetziekte en van een ziekte die indirect invloed heeft op de haargroei. Welke ziekte geeft hij als voorbeeld van de laatste soort?
  12. Van welke door Jaap genoemde ziekte – waarbij je ogen aldoor met een knal open en dicht gaan en er fijne bloeddruppeltjes rondspatten – heeft Frits nog nooit gehoord?
  13. Waarmee slaat een inbreker in Haarlem een vrouw twintig keer op het hoofd? Schrijf alleen de derde letter op!
  14. Hoe heet de dokter uit het boek De kleine zenuwlijder met haar voornaam?
  15. Welk bijvoeglijk naamwoord komt voor in de titel van de film waarover Bep aan Frits vraagt of hij die al gezien heeft?
  16. Met welk lied – inclusief lidwoord – eindigt de radio-uitzending van 31 december?
  17. Wat voor hoofd heeft in één van Frits’ dromen de man in een nauwsluitend, leren pak die zo lang is dat hij gebukt moest lopen?
  18. Wie spelen de foxtrot Blauw Blauw, Overal Zie Ik Jouw Ogen van John Fireground in de bewerking van Piet Matel en met zang van Arie Toleman? Schrijf alleen het zelfstandig naamwoord op!
  19. Waarvan zijn de bruine en donkerrode vlekken op Beps been volgens de dokter familie?
  20. Waartoe moet Frits zijn toevlucht nemen als in een droom hem de toegang tot de retirade wordt ontzegd?
  21. Welke schilder is in een verhaal van Louis vastgevroren op ‘de plee’?
  22. Wat breekt de vader in een ander, luguber, verhaal dat Louis vertelt?
  23. Waar heeft Maurits, die Frits op oudejaarsavond tegenkomt, zijn nieuwe jas vandaan?
  24. “Het is gezien, het is niet … gebleven”. Welk woord ontbreekt hier?
  25. Wat is de voornaam van de onbekende jongeman met zwart met wit gestippeld strikje die Frits ontmoet bij Bep Spanjaard?
  26. Welk onomatopee voor het tikken van een klok is beter dan tik tak? (Twee antwoorden mogelijk.)
  27. Hoe luidt de voornaam van de man wiens vier maanden oud kindje is overleden?
  28. “Hoei, …” Vul het ontbrekende woord in.
  29. Hoe luidt de voornaam van de vrouw van Joop?
  30. Wat is volgens Frits het patentmiddel tegen stokvis?
  31. Welk cijfer had Frits in het eerste jaar van het gymnasium voor Latijn?
  32. Bij het koken van welk voedsel houdt Frits er een onconventionele methode op na?
  33. Wat kost een behandeling bij kwakzalver Zaber in de Vlierstraat?
  34. Op welke feestdag speelt het vierde hoofdstuk van De Avonden zich af?
  35. Hoe duidt Frits de studie aan die Viktor doet?
  36. Welk bijvoeglijk naamwoord bevat de naam van de toneelgroep die het stuk Driekoningenavond van Shakespeare uitvoert?
  37. Welk cowboylied wordt gespeeld op de dansavond?
  38. Het gezin Van Egters eet tijdens een maaltijd aardappelen, appelmoes, varkensvlees en ingemaakte groenten. Welke ingemaakte groenten eten zij?
  39. Omdat deze slordig is, kan Frits van het schoollied van het Berensgymnasium alleen het eerste woord verstaan. Wat was er zo slordig?
  40. Welk woord kun je invullen bij deze citaten van achtereenvolgens Frits en Louis: ‘’.. denk, dat  … naar Walter Graafse ga’’ en ‘’… heb goed gegeten’’.
  41. Welke koosnaam heeft Frits’ moeder voor hem?
  42. “Erger leed bestaat niet’’, volgens Frits. Waar doelt hij op?
  43. Waar is de overgebleven bessen-appel goed voor?
  44. Welke klinker komt het vaakst voor in de achternaam van Joop?
  45. Hoe heet de broer van Frits?
  46. In een van zijn dromen hoort Frits een schoolklas het lied ‘’Daar komt Jaap de groenteboer aan’’. Met welk vervoermiddel verplaatst deze zich?
  47. Deze klinker komt tweemaal voor in het Latijnse woord waarmee het schoollied van het Berensgymnasium opent. Noteer alleen deze klinker!
  48. Wat is de basis van het toetje dat Frits op oudejaarsavond voorgeschoteld krijgt?
  49. Frits is eenmaal in het buitenland op vakantie geweest. In welk land was hij te gast?
  50. De titel van het gedicht dat bestaat uit de beginletters van de antwoorden op de vragen 1 t/m 49 luidt: