Meeuw

President Tsaar op Obama Beach op de voet gevolgd (58/60)

Door Marc van Oostendorp

Deze zomer publiceren nrc.next en NRC Handelsblad fragmenten uit de roman President Tsaar op Obama Beach van A.F.Th. van der Heijden als feuilleton. De afleveringen verschijnen ’s ochtends <op de website van de krant>. In de loop van de dag blog ik een bespreking. Vandaag: aflevering 58 

36 jaar lang was Pieter Steinz voor mij een voorbeeld in de verte. Toen ik indertijd in de brugklas kwam van het Bossche gymnasium, hoorde Steinz daar al tot de intellectuele schoolelite. 

Hij moet in de vijfde klas hebben gezeten, heb ik nu snel uitgerekend. Samen met onder andere de zus van Frans Thomese vormde hij de schoolkrantredactie, waar kinderen als ik enorm tegenop keken. De hoogste god was Leon de Winter, die al een aantal jaar van school was en aan de weg timmerde als jonge schrijver en filmmaker.)

Ik heb nooit met hem gesproken; hij zat voor mij voor altijd in de vijfde, en ik zat zelf voorgoed in de brugklas. Ik las wat hij schreef altijd met grote bewondering, voor zijn enorme belezenheid en voor de stoïcijnse manier waarop was gegaan met zijn ziekte en zijn naderende levenseinde, dat nu maandag is gekomen.

Steinz was op zijn beurt weer een bewonderaar van de nog weer een stuk oudere Van der Heijden. In bijna al zijn literaire overzichten kwam Van der Heijden voor. In zijn serie Lezen met ALS beschreef Steinz bijvoorbeeld hoe inspirerend het idee van ‘leven in de breedte’ voor hem als 20-jarige geweest was, en hoe hij hoopte bij het sterven zo’n eindeloos breed moment mee te maken waarin zijn hele leven in een ogenblik ineengezakt was.

Van der Heijden retourneerde de bewondering trouwens, en schreef het voorwoord bij de onlangs verschenen Duitse vertaling van Leven met ALS. Daarin prijst hij onder andere Steinz’ gave om zaken aan elkaar te verbinden: het ene boek aan het andere, al die boeken aan het leven, en aan de (Europese) cultuur.

Dat doet je natuurlijk denken over wat Steinz gezegd zou hebben over deze scène, die de naam geeft aan het hele feuilleton en waarvan je dus verwacht dat hij veelzeggend is, en ook zo verbonden kan worden. Ik denk niet dat een Rus ooit in een literair werk een meeuw kan laten neerschieten zonder dat de lezer denkt aan Tsjechov, en zijn toneelstuk waar die daad onder andere staat voor zinloos geweld. 

Deze scène is ook zonder die verwijzing indrukwekkend onheilspellend. Ik had graag Steinz’ commentaar hebben gelezen, hem de verbanden hebben zien leggen. Maar we moeten het dus voortaan zonder doen.

De A-index van vandaag wordt niet meer doorgerekend.