Wat ik eigenlijk wilde drinken

Door Marc van Oostendorp

Water tappen“Wat wil je drinken?” vroeg de man in het strak gesneden pak van het bedrijf waar ik op bezoek was (later zou hij aanmerkingen maken op het feit dat ik op gympen liep).

En toen gebeurde het. “Nou,” zei ik, “ik wil eigenlijk…” En toen wist hij al wat ik wilde hebben! Sterker nog, jullie weten het ook als jullie mijn antwoord nauwkeurig lezen. Ik wilde een glaasje water.

Hoe zit dat in elkaar? Wanneer iemand je in een Nederlands bedrijf vraagt wat je wil drinken, wordt er verwacht dat je één van twee dingen antwoordt: koffie of thee. Je kunt wel vragen of er bepaalde varianten zijn – meestal zijn die er, maar je moet het toch even vragen: ‘Hebben jullie groene thee?’, ‘Is er espresso?’

Het woordje eigenlijk – en ook mijn intonatie – gaf aan dat ik een antwoord wilde geven dat buiten de orde viel. Maar buiten de orde valt eigenlijk maar een acceptabel antwoord: een glaasje water. Er bestaan weliswaar nog meer drankjes, maar je wordt niet geacht te vragen naar een red bull of een pina colada. Zulke dingen drinkt men om de een of andere reden niet bij een bedrijf.

Er is dus maar één mogelijk antwoord dat kan volgen na de zin “Nou, ik wil eigenlijk…” als in een Nederlands kantoor aan het begin van de 21e eeuw is gevraagd wat je wil drinken. Het moet iets zijn dat ongebruikelijk is, maar dat men desalniettemin wel in huis heeft. Een glaasje water dus. Het vereist enige kennis van onze cultuur, maar wie die heeft, hoeft het einde van de zin niet af te wachten.