Linksche eerbied

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (75)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij
Illustratie: Susanne van der Kleij

Het sonnet ‘De geboorteplaats des Heilands’ van Jan Jacob Lodewijk ten Kate heeft tot in de twintigste eeuw een bescheiden leven gekend als kerstgedicht (zie het hier bijvoorbeeld in 1929 afgedrukt in de Nieuwe Leidsche Courant), maar het is inmiddels vergeten:

Gezegend plekjen gronds, dat, van Gods licht omvloten,
De wieg van ‘s waerelds heil, des Heilands kribbe droeg,
Tweede, eedler Paradijs dan ‘t andre, dat zoo vroeg
Verloren ging! uit U is ‘s Levens Boom ontsproten!
Was dan uw eigen glans, o Bethlêm! niet genoeg?
Moest ge opgepronkt, bewelfd, met muren afgesloten?
Met klatergoud bedekt, met kleuren overgoten?…
Linksche eerbied, die de hand aan Godlijke Eenvoud sloeg!

Neen! hier geen tempelwelf dan ‘s hemels blauwe sferen,
Waar nòg de naglans van de heerlijkheid des Heeren
In elken middernacht van duizend starren straalt!
De vrije lucht rondom! die, van de vleugelslagen
Der Englen trillend, steeds het gloria herhaalt:
“Voor eeuwig en altoos in menschen welbehagen!”

Het is natuurlijk ook een beetje mal om een plaats waar je nog nooit bent geweest – er is geen reden om te denken dat Ten Kate in Palestina heeft rondgereisd – allerlei verwijten te gaan maken. Hij kende al dat verfoeide klatergoud ook duidelijk niet, anders had hij toch op zijn minst wel één detail gegeven van wat er zo opgepronkt was.

Ik denk dat de belangrijkste reden waarom het zou moeten voortleven de uitdrukking linksche eerbied is. Ik geloof dat dit gedicht de enige plaats is in de geschiedenis van het Vaderland waarin deze uitdrukking gebruikt werd, ik heb in ieder geval geen andere vindplaatsen kunnen vinden.

Het laat ook een onvolledigheid van het WNT zien, want in dat woordenboek vind je geen betekenis van links(ch) die hier past. ‘Op onhandige wijze’ komt waarschijnlijk het dichtst in de buurt, aangezien het hier niet gaat over de linkerkant en ook niet over staathuishoudkunde, maar ‘onhandig’ is hier geloof ik toch ook de bedoeling niet. Het heeft ook niet de te negatieve connotatie van slinks, maar uit de context kun je afleiden dat het zoiets moet betekenen als ‘misplaatst’, ‘misleid’ of ‘verkeerd’. Van Dale noemt die betekenis wel, maar in het WNT ontbreekt hij dus.

Het woord links is natuurlijk sowieso een heel fijn woord met al die nuances en alle kronkels in zijn. Zo is het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands het bijvoorbeeld niet eens met het WNT waar het gaat over welke betekenis nu ouder is, die van ‘onhandig’ of die van ‘aan de linker kant’. Volgens het EWN was er eerst onhandigheid en constateerde men toen dat die zich bij de meeste mensen aan zekere zijde bevond. Volgens het WNT was het andersom zo dat er eerst de overzijde was van rechts en kreeg het woord de bijbetekenis van onhandig omdat veel mensen met de linkerhand niet goed werken kunnen.

Het Etymologisch Woordenboek komt hier geloof ik met sterkere argumenten. De artikelen links en linksch in het WNT (waarom zijn er eigenlijk twee verschillende) deugen daarom niet en moeten over!