Zonder U

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (64)

Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp
Over Albertus Frese (1714-1788) is niet veel bekend, in ieder geval niet bij mij. Via de links op de pagina over hem bij de DBNL komen we te weten dat hij in Haarlem samen met Christiaan Schaaf een aantal komedies schreef die ooit iemand hebben doen vermoeden dat hij misschien een vrijmetselaar was. Ook is er wel geopperd dat hij dezelfde was als de schilder van enkele ‘portretten en historiestukken’.  
Wat kun je zeggen over iemand van wie je alleen het werk kent? Volgens het Biographisch Woordenboek schilderde hij ‘meest voor uitspanning’ en wie zijn werk in de DBNL leest, krijgt de indruk dat het schrijven hem ook niet veel verdriet bezorgde. Hier is het laatste uit de serie sonnetten die hij schreef en waarin hij telkens een van de klinkerletters wegliet:


Klinkdicht zonder U.

De Laetste zy ook hier onzichtbaer op ’t Toneel.
Op dat men dees niet hoor heeft Hy geen Rol gekreegen.
’t Is billyk dat hy zwyg en voor geen Blaezer speel,
Daer A, E, I, en O t’ saem hebben stil geleegen.

Dat Hy ten Starrenkreits en Dierenkring gestegen,
En, naer zyn rang geplaetst, aldaer den Stier afbeel;
Of, by Romeinen, Hem byzonder toegenegen,
In ’t Cyffertal, met I en O mag hebben deel:

Hier teld Hy niet; en, om een Klinkdicht op te maken,
Behoefd hy niet altoos. Genoeg, dat hy ten baken
Slechts diend, omtrent het geen ik thans moet gade slaen.

Ten Slot: zo dit behaegd, het geen hier t’saem gesteld is,
In ieder Klinkdicht, daer geen Klinkerd in gesteld is,
En d’Een noch d’Ander spreekt, ik heb myn Taek gedaen.

Dit laatste sonnet moet het gemakkelijkst zijn geweest om te maken. Zoals Frese zelf schrijft ‘om een Klinkdicht op te maken, behoefd’ een u ‘niet altoos’: zonder veel moeite rolt ook in het moderne Nederlands de ene zin zonder die letter na de andere uit je tekstverwerker.

Zo onnodig is die letter dat je je kunt afvragen hoeveel sonnetten er niet alleen al per ongeluk geschreven worden zonder die letter. Maar als je dat even nagaat bij de vijf sonnetten van Frese kom je tot een grappige ontdekking. Hier zijn de eerste regels van alle vijf de ‘klinkdichten’:

  • Zonder A: Kunstlievende! vergun my onder uw gezicht (E, I, U, O)
  • Zonder E: Thans volgt dit Klinkdicht, dat U klaar aantoond, ja bondig (A, I, O, U)
  • Zonder I: Gâ nu oplettend voort; en merk hoe van de Baen (A, E, O, U)
  • Zonder O: Drie zyn reeds afgedankt; ‘k zal verder nu beletten (A, E, I, U)
  • Zonder U: De Laetste zy ook hier onzichtbaer op ’t Toneel. (A, E, I, O)
Ieder sonnet begint met andere woorden met een regel waarin alle vier de ‘andere klinkers’ voorkomen: in het klinkdicht ‘zonder A’ zijn dat de E, I, U en O. Zou het toeval zijn? Andere regels hebben niet per se iedere keer al die klinkers. Frese moet er veel plezier aan hebben beleefd.