Linguïstisch Miniatuurtje CLXVI: Iets voor wie het interesseert

In de Belgische krant De Morgen stond de volgende zin: Na aanslagen duikt islamofobie overal op, ook bij wie je het niet verwacht. In de facebookgroep REYERStaal ontstond hierover discussie: is dat wel goed? Dat klinkt toch wel gek. Maar wat is er dan gek aan?

Er is niet veel grammaticale analyse nodig om in te zien hoe dit in elkaar zit. De betrekkelijke bijzin bij wie je het niet verwacht (zoals in iemand bij wie je het niet verwacht) is hier gebruikt als een vrije relatiefzin, waarin bij wie bedoeld is als een betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent (zoals in Wie je hier niet zou verwachten, is de voorzitter). En dat kan eigenlijk niet.

In dit geval is de vrije relatiefzin gebruikt op een plaats waar een voorzetselgroep met bij (of een andere tijd- of plaatsbepaling) vereist is: Na aanslagen duikt islamofobie overal op, ook bij deze mensen. Het voorzetsel bij in bij wie wordt echter al vereist in de bijzin (je verwacht het bij iemand). Die twee voorzetsels zijn dus als het ware samengetrokken. Dat is al gek. In een geval als Ik zet de joker in in de laatste ronde, waar ook twee keer hetzelfde voorzetsel staat, is samentrekking volslagen onmogelijk: *Ik zet de joker in de laatste ronde.

Maar zo’n vrije relatiefzin met een voorzetsel kan eigenlijk sowieso al niet. Je kunt het zien als je zo’n bedoelde vrije relatiefzin (bijvoorbeeld op wie hij kan rekenen) probeert te plaatsen in een context waar een ander voorzetsel vereist is, bijvoorbeeld: Hij heeft alleen maar oog voor op wie hij kan rekenen. Dat kan niet. Dat moet iets worden als Hij heeft alleen maar oog voor mensen op wie hij kan rekenen.

De grammaticale analyse lijkt dus uit te wijzen dat de zin ongrammaticaal is: vrije relatiefzin met voorzetsel kan niet, en die samentrekking van voorzetsels is ook al niet goed. Maar dat betekent dat de oorspronkelijke vraag ‘Wat is hier gek aan?’ dus eigenlijk moet worden omgekeerd: ‘Wat is hier goed aan?’ Waarom klinkt dit niet volslagen ongrammaticaal?

Het zou kunnen dat taalgebruikers bereid zijn om overal te interpreteren als bij allerlei mensen. In dat geval heb je wellicht nog een marginale interpretatie van bij wie je het niet verwacht als een gewone betrekkelijke bijzin. Dat is ook al afwijkend, zoals je ziet in ?Na aanslagen duikt islamofobie bij allerlei mensen op, ook die gewoonlijk andere denkbeelden hebben, maar het zou kunnen dat dit de acceptabiliteit iets verhoogt.

Het kan ook zijn (dat denk ik eigenlijk), dat die gelijke voorzetsels leiden tot een soort ‘sloppy’ interpretatie, waarbij de ongrammaticaliteit op de een of andere manier uit beeld verdwijnt. Je ziet het ook in andere gevallen, waarbij een verdergaande gelijkheid in hoofdzin en bijzin die slordigheid nog bevordert. Kijk maar: Hij gelooft in op wie hij kan rekenen is slecht, Hij vertrouwt op wie hij kan rekenen is ook slecht, maar iets beter, maar Hij rekent op wie hij kan rekenen klinkt ineens een stuk beter. Toegegeven, nog niet goed, maar vergeleken met de andere duidelijk beter. 

[Terzijde: ook Hij vertrouwt op wie hij kan vertrouwen en Hij gelooft in wie hij kan geloven klinken goed, maar daar komt het natuurlijk omdat wie hij kan vertrouwen en wie hij kan geloven als vrije relatief gewoon goed zijn.]

Hoewel de vrije relatief beginnend met een voorzetsel niet lijkt te kunnen, wordt het allemaal ook wat beter als je een vrije relatief maakt met een voornaamwoordelijk bijwoord. Bijvoorbeeld: Dit leidt tot waar deze zaken meestal toe leiden. In dit geval is waar deze zaken meestal toe leiden een vrije relatiefzin (datgene waar deze zaken meestal toe leiden), en dit lijkt prima (nou ja, prima) te passen in de context van een voorzetselgroep met tot. Zo kun je ook wel hebben Hij gelooft in waar hij altijd in geloofd heeft, en misschien ook nog wel (al is dat weer wat minder) Hij vertrouwt op waar hij in gelooft.

Conclusie: een vrije relatiefzin met een voorzetselgroep als betrekkelijk voornaamwoord kan eigenlijk niet, maar het voornaamwoordelijk bijwoord, en wellicht een gelijke context in hoofd- en bijzin maakt het allemaal wat draaglijker voor wie het allemaal niet zo precies hoeft.