Taal is taal (1)


In het jaar dat ik aan mijn studie begon, 1967, verscheen er een boek dat al vrij snel populair werd onder studenten. Enkele jaren later kwam het ook in het Nederlands uit, De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie van Paul Watzlawick, e.a. (Deventer: Van Loghum Slaterus, 1973). Eén zin uit dit boek is mij altijd bijgebleven: “Je kunt niet niet communiceren.” Dus, in alles wat je doet én niet doet, communiceer je. Is stilte in een gesprek nooit zomaar een stilte? En wat dan met het verschijnsel ‘nietszeggendheid’? Door de jaren heen heb ik verzamelingen aangelegd van formuleringen waarmee – zo lijkt het – niets nieuws wordt gezegd. Een van mijn verzamelingen valt te herleiden tot de formule X = X, bijvoorbeeld: Genoeg is genoeg. Op is op. Vandaag is vandaag.

Met deze bijdrage (in vier afleveringen, voorlopig) wil ik u opwekken om mee te verzamelen, onduidelijkheden te verhelderen en deze vorm van  ‘nietszeggendheid’ beter te doorgronden. Met uw hulp kan zo een nieuw genre tot ontwikkeling komen: crowd texting. Direct hierover al een vraag. Wie kent hier een handig Nederlands woord voor? Of laten we het net als crowd funding onvertaald omdat het Engels nu eenmaal veelzeggender is in deze woordcombinatie? Uw commentaar is welkom onder deze tekst. En direct ook een tweede vraag. In mijn studie van deze bijzondere tautologie ben ik niet verder gekomen dan de verwijzingen in het artikel van Martina Temmerman uit 2012 onder de titel ‘Trop is te veel, en te veel is trop’ (zie hier). Wie kent er andere en vooral recentere literatuur?

Eerste verkenning

Het verschijnsel X = X laat zich naar de vorm verdelen in vijf hoofdcategorieën.
1 X = X                       Afspraak is afspraak.
Beloofd is beloofd. Een cadeautje is een cadeautje. Dood is dood. Gegeven is gegeven. Regel is regel. Weg is weg. De X=X is heel productief, vooral met namen: Jan is Jan. 
2 (X)-(X)                     Ik doe wat ik doe.
Hier is een X in de andere X opgenomen als bijzin, hier weergegeven met haakjes. De bijzin begint met ‘wat’, soms in combinatie met ‘dat’. In een enkel geval komt ook een ‘die’- of ‘wie’-constructie voor.
Het is wat het is. Ik heb wat ik heb. Ik zeg wat ik zeg. Je moet doen wat je moet doen. Ik ben die ik ben (ook vertaling van de Godsnaam). Ik geef wie ik geef.
Wat geschreven staat, staat geschreven. Wat geweest is, is geweest. Wat ik niet meemaak, maak ik niet mee. Wat moet, moet. Wat zit, dat zit. Die binne benne benne binne
3 X, X  + voorwaarde  Als het af is, is het af.
Als je gelijk hebt, heb je gelijk. Als het niet gaat, dan gaat het niet. Als het niet mag, dan mag het niet. Als het niet nodig is, is het nodig is. Dat is aan de orde, als het aan de orde is.
Ook deze constructie is heel productief: Als de colleges in het Engels moeten worden gegeven, moeten ze in het Engels worden gegeven. Als er excuses moeten worden aangeboden, moeten er excuses worden aangeboden. Als ik nootjes wil, wil ik nootjes! Naast ‘als’ wordt ook ‘wanneer’ in de voorwaarde-betekenis gebruikt.
4 X, X + reden, vergelijking, duur
4a reden                     Het gaat zo omdat het zo gaat.
Het is zo omdat het zo is. Het moet omdat het moet.
4b vergelijking          Het gaat zoals het gaat.
Zoals het blijft, blijft het. Het is zoals het is. Het komt zoals het komt. Het loopt zoals het loopt.
4c duur                       Het gaat zolang het gaat.
Zolang het genoeg is, is het genoeg. Het duurt zolang het duurt.
Deze constructie lijkt minder productief: We wandelen omdat we wandelen? We wandelen zoals we wandelen? Zolang we wandelen, wandelen we?
5 X, X  in nevenschikking, met en of met of (niet)
5a X = X en Y = Y     Werk is werk en vakantie is vakantie.
Het een is het een en het ander is het ander. Een vrouw is een vrouw en een heer is een heer.
5b X of X?                  Is het mooi of is het mooi?
Is-tie goed of is-tie goed! Is ze lief of is ze lief?
Dit is een vrij nieuwe formulering voor een uitroep of retorische vraag, een schijnvraag waarop geen antwoord wordt verwacht, zoals in: “Zijn er nog meer bewijzen nodig?”
5c X of niet X             Je bent vader of je bent het niet.
Je bent betrokken of je bent het niet. Je bent in meditatie of je bent het niet.
Deze constructie begint altijd met ‘Je bent’, eventueel met ‘We zijn’.
Tot zover een eerste categorisering. Heeft iemand een betere indeling? In categorie 4 bijvoorbeeld zijn drie constructies verzameld die samen minder productief lijken dan de voorwaarde-constructie in 3. Daarmee is productiviteit een extra criterium voor indeling. Commentaar is welkom. Heeft iemand voorbeelden die niet in dit schema passen? De volgende keer suggesties voor mede-verzamelaars.