Stom Dictee der Nederlandse taal, met fouten bovendien

Door Johan De Schryver
(gepensioneerd docent Nederlands, KU Leuven)


Meer dan dertig jaar heb ik in het Vlaamse hoger talenonderwijs (vertalers-tolken, nu toegepaste taalkunde) als docent Nederlands onder meer een spellingvak gegeven en ik ben auteur van een paar spellingboeken. Als ik nu ergens het heen-en-weer van krijg, is het wel van het zogenaamde Groot Dictee der Nederlandse Taal, dat vorige zaterdag voor de 26ste keer de Vlaamse en Nederlandse tv-schermen teisterde. Het ging er allemaal weer heel vro- en feestelijk aan toe, spijs en drank waren naar verluidt zowel overvloedig als van exquise kwaliteit en het zou me niet verbazen als er ook klaroenen en bazuinen zijn ingezet. Heel gezellig, hoewel je je kunt afvragen of het niet op z’n minst een  beetje gênant is dat de Nederlandse Taalunie voor dit soort geintjes op geen cent kijkt, terwijl ze op veel serieuzer gebieden onverbiddelijk bezuinigt. Soit.

Jammer dat dit dure feestje zo stompzinnig van aard is.
Is het u al opgevallen dat de tekst voor het dictee steevast opgesteld wordt door mensen die niet bijzonder veel kaas gegeten hebben van spelling? Gevierde schrijvers, briljante woordkunstenaars dat wel, maar dat zegt niets. Die mensen hebben wel belangrijker en plezanter dingen aan hun hoofd dan spelling, die ze trouwens aan hun redacteurs kunnen overlaten. Schrijvers met bijzonder veel haar op hun tanden doen of deden zelfs dat niet: literaire goden als Harry Mulisch en Willem Frederik Hermans, bijvoorbeeld, vonden dat de spellingmakers zich moesten baseren op hun literatuur, dat zij de normen moesten bepalen. Historisch helemaal niet zo’n vreemd standpunt en in elk geval is het ieders recht om af te wijken van de officiële spelling, die enkel verplicht is in het onderwijs en in overheidsinstellingen. Dat zij dus geen spellingspecialisten zijn, is allerminst een kritiek. Dat de GDdNT-bonzen een beroep doen op niet-specialisten daarentegen, is kritiek van de hoogste orde.  
Spelling is een systeem van afspraken om taal weer te geven. Daar zijn er nu twee soorten van. Er zijn afspraken die gelden voor een enkel woord. Dat je frequentie met schrijft, bijvoorbeeld, niet met . Dergelijke woorden moet je dus uit het hoofd leren. Als je weet dat de Grote Van Dale meer dan tweehonderdduizend woorden bevat, begrijp je dat een normaal sterveling niet alle woordvormen kan kennen. Een perfecte spellingkennis is dus een illusie. Een test die daarover gaat, is dan ook een dwaze geheugentest, of niet meer dan een ijdel spel. De winnaars zijn dan mensen die graag rarewoordenlijsten en woordenboeken uit het hoofd leren, en dus ook woorden die amper of nooit meer gebruikt worden. Intelligenter is een test die peilt naar kennis van en inzicht in de andere afspraken, die een systematisch karakter hebben. We noemen ze regels en ze gelden voor groepen van woorden. Dat je eigennamen met een hoofdletter schrijft, bijvoorbeeld. Kennis van die regels is natuurlijk veel en veel belangrijker dan kennis van aparte woorden, onder andere omdat je zonder die regels de spelling van veel woorden niet te weten kunt komen. Frequentiekun je opzoeken in je woordenboek, of je spellingchecker zal je wel helpen, maar of het word of wordt is, dat kun je alleen bepalen als je de regels kent en begrijpt. Een intelligente test zal dus vooral peilen naar de regelkennis. En doet het GDdNT dat? Nauwelijks. Lees er de dictees maar op na. De klemtoon ligt duidelijk op de kennis van de zotste woorden. Witte raven die het regelsysteem perfect kennen, zullen nog veel fouten maken en het is best mogelijk dat de winnaar veel regels niet of slecht kent.
De versie van vorige week bevestigt perfect de traditionele achterlijkheid. Ik ken in elk geval geen enkele linkmiegel, en zeker niet een die jij-bakt. En ik ben nog nooit van Scyllain Charybdis gevallen. Geheugenwerk zat dus. Anderzijds armoe troef wat regelwerk betreft. Het enige werkwoordsgeval dat misschien voor een enkele, zwakkere spellingsfanaat een uitdaging kon zijn, was verkaasd. Het strafste van het dictee van 2015 was echter dat er volgens mij drie fouten staan in de officieel juiste versie.
1.     Elixir d’Anvers
Op zijn bijzettafeltje had een of andere heeroom een drupje Elixir d’Anvers staan. Zo zou het moeten volgens jurylid Annemarie Jorritsma, een wereldvermaarde politica en televisiepresentatrice. Het gaat om een “Antwerpse specialiteit maar met een Franse naam” en zou dus een met een hoofdletter moeten, staat te lezen op de GDNT-website. Dat klopt niet, want de eigennaam wordt hier gebruikt als soortnaam en moet dus een kleine letter krijgen. Zo schrijf je ook een glas bordeaux, een fles armagnac, een geut chartreuse, een lading cognac, enz. Er bestaat geen uitzondering op deze regel voor Antwerpse specialiteiten.
2.     inkringelen of in kringelen
Dezelfde heerom liet zijn sigarenrook de kamer in kringelen of inkringelen. Mag allebei volgens Jorritsma, want de woordenboeken geven geen duidelijkheid. Moet je nagaan! De woordenboeken gebruiken als scheidsrechter voor een spellingskwestie. De kamer in is hier een bijwoordelijke bepaling van richting met een achteropgeplaatst voorzetsel, zoals in Ze liep de kamer in, Hij stormde de trap op, Ik fietste de kerk binnen. De voorzetsels horen hier niet bij het werkwoord. Inkringelen is volgens mij overduidelijk fout.
3.     breliaans
Voor dicteeopstelster Lieve Joris is Vlaanderen het “breliaanse universum”.  Terecht wijst ze als jurylid op de GDdNT-website op de regel dat afleidingen van persoonsnamen een kleine letter krijgen, maar ze heeft niet in de gaten dat ze zelf een veel basalere regel overtreedt. Het moet namelijk brelliaans zijn, met twee l’en, omdat we anders een open lettergreep hebben. Als een achtervoegsel met een klinker begint, dan splitsen we namelijk niet zomaar voor dat achtervoegsel, maar we passen de afbreekregels toe van enkelvoudige woorden: één medeklinker gaat naar de volgende lettergreep (Groene Boekje p. 140, Technische Handleiding p. 147-148, p.153). We moeten dus splitsen: bre-liaans (de Technische Handleiding geeft freu-diaans, p. 154). Maar nu staat de gedekte (‘korte’) klinker in een open lettergreep. Dat mag niet in ons systeem. Je schrijft ook niet be-len of bri-len, maar bel-len en bril-len. Om de lettergreep te sluiten, moeten we de medeklinker verdubbelen. Zo wordt het brelliaans. Even googelen levert 31 correcte brelliaansenop en 22 foute breliaansen. Niet dat het belangrijk is, maar een van de foute versies, kwam uit de pen van cultuur- en dus Taalunieminister Sven Gatz. Mogelijk wou Lieve Joris bij deze linkmiegel op een goed blaadje komen.
De twee beste spellers hadden vorige zaterdag allebei elf fouten. Als daar een van de drie vermelde gevallen bij zat, dan mag de Taalunie eerlang een feestelijke terugkomdag organiseren. De moraal van dit verhaal is evenwel: pak het serieuzer aan, of stop ermee. Mijn advies: stop ermee.