Puzzels rond ‘men’

Door Marc van Oostendorp


De bekende Amerikaanse syntacticus Haj Ross plaatste onlangs op internet een paar pagina’s vol observaties over men – of eigenlijk over het Engelse one, het Franse on en het Duitse man, maar voor men geldt voor zover ik kan zien in ieder geval hetzelfde als voor het Duits. En, zoals vaker bij Ross, daar zitten dingen bij waar geloof ik nog nooit iemand bij heeft stil gestaan.

Wat al wel bekend was: dat men alleen het onderwerp van een zin kan zijn. Je kunt wel zin 1 zeggen, maar niet zin 2 of 3.

1. Men ziet mij graag op deze boederij.
2. Ik zie men graag op deze boerderij. [uitgesloten]

Het Engels is op dit punt wat liberaler.
Daar kun je bijvoorbeeld (en kennelijk) best zeggen ‘They always respect one’, wat volgens mij niet in het Nederlands te vertalen is (‘Ze respecteren men daar altijd’ lijkt mij uitgesloten.) Aan de andere kant kun je in het Engels zin 3 kennelijk niet zeggen, terwijl het Nederlandse equivalent me prima lijkt:

3. One always respects me / you. [uigesloten]
4. Men respecteert me / jou altijd.

Het Frans en het Duits zijn wat dit betreft als het Nederlands: ‘Ils respectent on’ en ‘Sie respektieren man’ kunnen niet, ‘On respecte toi/moi’, ‘Man respektiert mich/dich’ kunnen wel.

Het lijkt op het eerste gezicht iets met naamval te maken hebben: men kan alleen in de nominatiefnaamval voorkomen. Vandaar dat je zin 5 niet kunt zeggen, ook al is men daar logisch gezien het onderwerp van zingen.

5. Ik hoor men zingen. [uitgesloten]
6. Ik hoor dat men zingt. [goed]

Zin 5 zou hetzelfde kunnen betekenen als 6, als hij niet uitgesloten was. Het verschil is dat je in 5 een voorwerpsvorm verwacht (Ik hoor hem zingen) en in 6 een onderwerpsvorm (Ik hoor dat hij zingt). Die voorwerpsvorm past niet bij men.

In het Engels kun je wel de zogenoemde ‘saxon genitive’ gebruiken (met –s: one’s children), maar ook dat kan in het Nederlands (of Frans of Duits) niet: mens kinderen kun je ook niet zeggen. Alleen de onderwerpsvorm is toegestaan.

Ross voegt hier nog een opmerkelijke observatie aan toe, die ík in ieder geval nooit eerder heb gelezen, namelijk dat de volgende zin niet kan:

7. Men gelooft dat hij dom is.

Althans, die zin kun je wel zeggen, maar alleen om uit te drukken dat de communis opinio is dat een eerder genoemde mannelijke persoon dom is. Zin 8 kan die betekenis ook hebben, maar daarnaast ook de betekenis dat iedereen van zichzelf vindt dat hij dom is:

8. Iedereen gelooft dat hij (zelf) dom is.

Zin 7 kan die betekenis niet hebben. Je moet om dat te bereiken men herhalen:

9. Men gelooft dat men dom is.

Nu zou je kunnen denken dat dit komt doordat men geen specifieke persoon aanwijst, en daarom kun je niet naar men terugverwijzen met hij. Maar dit klopt niet. In de eerste plaats kun je best met hij terugverwijzen naar een niet specifieke persoon.

10. Iemand die de wet overtreedt, weet dat hij gepakt kan worden.

Bovendien betekent zin 9 in een natuurlijke lezing niet dat iedereen gelooft dat alle mensen dom zijn: het betekent dat iedere persoon gelooft dat hijzelf dom is. De twee mennen verwijzen normaal gesproken naar dezelfde persoon.

Dit geldt nu kennelijk ook voor het Engelse one; Ross geeft voorbeelden zoals de volgende (vertaling: © M. van Oostendorp, 2015, all rights reserved):

11. Men heeft het gevoel dat Sandy denkt dat men promotie verdient.

Het algemene gevoelen is hier niet dat Sandy van mening is dat iedereen promotie verdient; maar Gijs gelooft dat Sandy vindt dat Gijs opslag moet krijgen, terwijl Kobus datzelfde denkt over Kobus.

We hebben alles bij elkaar dus drie eigenaardige grammaticale regels over men vastgesteld:

  1. Men kan alleen worden gebruikt in een onderwerpsvorm.
  2. Je kunt niet naar men terugverwijzen met hij.
  3. Iedere keer als men voorkomt in een zin gaat het over dezelfde persoon.
Het Frans en Duits gehoorzamen ook aan deze wetten, het Engels in ieder geval ook aan 2 en 3, maar is wat minder streng over 1. Wat moet dat? En waarom hoor je daar nu nooit iets over op school of op de televisie?