Nederlands is saai!

Door Marc van Oostendorp


Voor de liefhebber van het onderwijs was het symposium dat Jaap van Marle, afgelopen vrijdag in Heerlen, organiseerde, een zware dag. Als thema had Van Marle het schoolvak Nederlands gekozen, en er was geloof ik niet één presentatie waarin het woordsaai geen prominente rol speelde.

Want dat blijkt het oordeel te zijn dat veel scholieren hebben: wanneer je schoolvakken ordent naar hoe leuk en interessant ze worden gevonden, eindigt Nederlands op de tiende plaats.

Het is een probleem met heel veel dimensies. De saaiheid wordt minstens voor een deel veroorzaakt door het feit dat scholieren (vwo’ers) het idee hebben dat ze in de brugklas een trucje leren (het trucje van de tekstverklaring: uitleggen in welk verband alinea 7-9 staan tot alinea 6) en dat trucje vervolgens zes jaar lang herhalen.

Onzinnige dingen

Dat is voor niemand goed. Voor de scholieren natuurlijk niet, die liever hun tijd aan iets interessanters besteden. Voor de leraren Nederlands niet, van wie het vak almaar in aanzien daalt. Voor de universitaire neerlandistiek niet, die de studenteninstroom almaar ziet dalen, omdat scholieren ten onrechte denken dat een studie Nederlands betekent dat je het trucje nóg vier jaar lang herhaalt (waarna je leraar wordt, en je de rest van je leven het verband tussen alinea’s aan pubers mag uitleggen).

Een cruciale probleem is dat het centraal eindexamen een groot deel van het schoolvak opeet. Scholen worden afgerekend op hun ‘prestaties’ bij dat eindexamen en zetten daar dus veel tijd op in. Bovendien worden er in het eindexamen onzinnige dingen gevraagd – kennis van argumentatie bijvoorbeeld, die met de praktijk buiten de school noch met het academisch onderzoek naar dit onderwerp veel te maken heeft.

Negens en tienen

Zeer deprimerend was daarom de lezing van de Leidse hoogleraar Taalbeheersing Ton van Haaften, die samen met een studente had onderzocht wat er nu precies aan argumentatie wordt onderwezen in de belangrijkste lesmethodes Nederlands voor de middelbare school (de markt wordt gedomineerd door drie grote uitgevers).

Daaruit bleek dat die methodes alle drie net wat anders onderwezen waar het om argumentatie ging, maar dat geen ervan wél aansluit op modernere inzichten en, nog verbazingwekkender: dat ze geen van allen dan wél aansloten op het eindexamen. In de schoolboeken leer je de ene bedenkelijke stof, tijdens het eindexamen wordt weer iets anders gevraagd. Van Haaften vond in ieder recent vwo-eindexamen minstens één vraag waarop je geen antwoord kon geven op basis van de leerboeken. Geen wonder dat er nauwelijks negens en tienen gehaald worden.

Ketenen

Er moet van alles gebeuren, maar één stap kan zijn de macht van de uitgevers te breken door als vak ervoor te zorgen dat er open access (gratis, via internet verspreid, maar eventueel via printing on demand af te drukken) leermateriaal komt. Tegen de prachtige kleurendruk van de dikke boeken van die uitgevers kunnen we niet op, maar misschien zijn er scholen die in plaats van fraai uitgegeven ongeïnspireerde saaiheid wel iets wat minder gelikts maar inhoudelijk uitdagenders (en veel verantwoorders) willen zetten.

Het is een heel werk, maar wie een team van leraren en academici bij elkaar zet, zou het moeten lukken. Wie durft het Nederlands uit zijn ketenen van saaiheid te ontzetten?