Zó niet cool

Af en toe hoor ik het iemand zeggen, soms ben ik dat zelf: Dat is echt zó niet aardig, zó niet cool, zó niet leuk. Altijd met nadruk op ‘zo’. Volgens mij is dit een redelijk nieuw verschijnsel. Als je dit zegt, wil je benadrukken dat iets in sterke mate alles behalve aardig, cool of leuk is. Toch? Hoe zit het met dit verschijnsel? Hoe ver kun je gaan en is het dan nog wel grammaticaal?


Het is opmerkelijk dat in ‘zo niet cool’ het woord ‘zo’ voorafgaat aan ‘niet’, want normaal gesproken zegt het bijwoord ‘zo’ iets over een bijwoord dat ook bijvoeglijk gebruikt kan worden. (Het woordje ‘zo’ heeft nog meer betekenissen en functies, maar die zijn nu niet relevant.) Die schoenen zijn zo cool –> de coole schoenen. Van dit voorbeeld zou je de grammaticale structuur als volgt kunnen weergeven: [zo[cool]] (‘Zo’ zegt iets over ‘cool’.)

Oncool

Maar bij ‘zo niet cool’ doen we iets heel anders. Het lijkt nu alsof de structuur als volgt is geworden: [zo[niet cool]]. Dus ‘niet’ en ‘cool’ horen in deze structuur bij elkaar en zijn dus een soort van ‘oncool’ geworden. Vergelijk dit ook met ‘onaardig’, wat wel een bestaand woord is. Maar is ‘niet aardig’ hetzelfde als ‘onaardig’? Oftewel, betekenen de volgende twee zinnen hetzelfde? Komen ze even hard aan?

  • Jij bent onaardig. 
  • Jij bent niet aardig.

De tweede zin klinkt naar mijn idee iets vriendelijker. Dat komt misschien doordat je, als je onaardig bent, je dus het tegenovergestelde van aardig bent (gemeen). Maar als je ‘niet aardig’ bent, kun je ook nog neutraal zijn. Kortom, het woord ‘zo’ zegt misschien niet direct iets over de combinatie [niet + eigenschap].

Zo niet

Een andere mogelijkheid is dat ‘zo’ meer iets over alleen ‘niet’ zegt. De structuur wordt dan iets als [zo[niet]] en met cool: [[zo[niet]]cool]. Een argument hiervoor heeft te maken met het verschil tussen ‘niet-cool’ en ‘niet cool’. Als je beweert dat bepaalde schoenen zó niet cool zijn, zijn ze dan heel erg ‘niet-cool’ of zijn ze dan ‘in extreme mate alles behalve cool’? Ik geef toe dat het verschil wel heel lastig aan te voelen is, maar ik zou zelf wel voor de laatste optie gaan. In dat geval is het vooral het woord ‘niet’ dat benadrukt wordt door middel van ‘zo’.

In dat geval zou je ‘zo’ ook bij een ‘niet’ kunnen zetten die ergens anders in de zin staat. Kijk maar naar de volgende voorbeelden. (Let op dat ‘zo’ hier altijd iets als ‘heel erg’ betekent en niet ‘op die manier’.)

  • Dit bier is zó niet te zuipen. (heel vies)
  • Jij gaat echt zó niet naar huis. (Als je heel graag wilt dat iemand blijft.) 
  • Hij had zijn haar zó niet gekamd. (out-of-bed-look)
  • Dit plakband blijft echt zó niet zitten. 
  • Maar ook: Ik ben zó geen danser. 
  • En: Dit had ik zó nooit verwacht. 

Sommige van deze gevallen klinken me nog wel erg vreemd in de oren, al vind ik ze niet heel ongrammaticaal. Persoonlijk vind ik het beter te doen als je na ‘zo’ ook ‘erg’ plaatst.

Deze nieuwe eigenschappen van ‘zo’ kennen we al van het woord ‘totaal’ of ‘helemaal’. Ga de voorbeeldzinnen maar eens na. Grammaticaal gezien is het dus niet onmogelijk dat bovenstaande zinnen in de toekomst vrij normaal zijn. Als je het mij vraagt is het een kwestie van tijd tot we zeggen: ‘Totaal is echt zó niet modern meer.’