Witmang (m/v)

Door Marc van Oostendorp

Het is misschien maar goed dat de neerlandistiek geen radiostation is. Het soort kritiek dat de rapper Fresku spuit op Radio 3FM, zou je net zo goed op ons vak van toepassing kunnen verklaren: lang niet alle groepen krijgen evenredige aandacht.

Ik weet weinig van Fresku’s muziek en ook weinig van alle verschillende taalregisters waarmee hij hier speelt en het interessante rijm – nooit eerder in de geschiedenis van de vaderlandse letterkunde rijmde huidskleur op luister.

En dan is er het woord witmang voor ‘blanke’. Volgens Wikipedia komt hij uit Eindhoven – in sommige andere nummers kun je dat ook goed horen – en zijn ouders van de Antillen, maar witmang is ‘gewone straattaal‘ met als ik het goed zie Surinaamse herkomst, zoals ook de stem die het woord gebruikt Surinaams is.

De ng aan het eind staat bovendien in een lange traditie. Ng is een vreemde klank: hij komt alleen voor aan het einde van een lettergreep in het Nederlands en in veel andere talen: een woord als ngam heb je niet.

Maar het omgekeerde is ook waar: het einde van de lettergreep heeft liever een ng dan een andere nasale klank. In de zeventiende eeuw lieten schrijvers als Huygens en Bredero wanneer ze een boertje opvoerde, dat boertje hangd zeggen en dangsen. Dat was toen een vrij algemeen Hollands verschijnsel, dat inmiddels vrijwel is uitgestorven – het komt misschien nog in een enkel woord voor in een enkel dialect, maar dat mensen het echt in alle woorden deden die ervoor in aanmerking kwamen werd waarschijnlijk opgetekend in Wieringen in 1950 (door de dialectologe Jo Daan). Ook in andere talen gebeurt het wel: in het Zweeds schrijft en zegt men bijvoorbeeld restaurang. En zie: nu is het verschijnsel ineens met een omweg toch weer terug in onze taal.

Maar de hele kwestie deed me ook beseffen hoe wit de neerlandistiek eigenlijk is. Toevallig was er vorige week natuurlijk ook de Amerikaanse journaliste die erop wees dat zoiets nog steeds geldt voor zeer grote delen van de intellectuele Nederlandse cultuur. Er heerst in het vak, in ieder geval intra muros, nauwelijks de blik van de buitenstaander, want die buitenstaander is er niet: het is een en al witmang (m/v) wat de klok slaat. En daarmee worden grote brokken van onze taal over het hoofd gezien.